Vragen over niet verlenen vergunning Biggenrace in Udenhout

Afgelopen vrijdag lazen wij in het BD dat het college de vergunning voor de BIG Biggenrace in Udenhout, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de strijd tegen kanker, alsnog toch heeft ingetrokken.

Dit leidde voor het CDA tot het stellen van de volgende vragen aan het college:

  1. Op welke argumenten / gronden is de vergunning geweigerd?
  2. Op welke termijn is de organisatie op de hoogte gebracht van het niet verlenen van de

    vergunning?

  3. Heeft het college serieus onderzoek gedaan naar het evenement en ervaringen met dit type

    Biggenrace elders?

  4. Moet het college initiatieven niet waarderen en ondersteunen als de opbrengst ervan te goede

    komt aan de strijd tegen kanker?

  5. Is er bij de beoordeling uitgegaan van feiten over van een gevoel van een enkel individu en kan in

    de toekomst dus het gevoel van een enkel individu initiatieven dwarsbomen?

1 antwoord
  1. Roddy
    Roddy zegt:

    Los van de relevantie en justificatie van de eerste 2 vragen –het betreft hier tenslotte de besluitvorming die leidde tot het intrekken van een reeds verleende vergunning met mogelijk financiële gevolgen voor de organisatie, procedureel moet dat wel geborgd zijn– lijken de overige vragen slechts bedoeld als platform om de kijkwijze te verdedigen in plaats van dat ze een bijdrage leveren aan een beter begrip van de beslissing.

    Inmiddels moge toch voor eenieder duidelijk zijn dat de inzet van dieren voor vermaak anno 2018 bij meer dan een enkeling voor een ongemakkelijk gevoel zorgt? Onderkenning van dat sentiment zou betekenen dat de organisatie bij het zoeken van een activiteit voor genoemde goede doel wellicht een andere afweging zou moeten hebben gemaakt.

    De strekking van vragen 3&4 treffen mij als chargerend en bovenal irrelevant geweest bij het (her)beoordelen van genoemde aanvraag.
    Ervaringen met dit type entertainment komen immers enkel van toeschouwers en organisatie, nimmer van het lijdend voorwerp.
    Het lijkt mij daarnaast te makkelijk om te schermen met ‘het waarderen van initiatieven in ondersteuning van de strijd tegen kanker’ wanneer de inhoudelijke invulling van die initiatieven niet eerst getoetst wordt op sociaal draagvlak. Of moeten we per definitie elk initiatief ondersteunen wanneer de opbrengst niet voor eigen zak is, zonder te kijken naar maatschappelijke normen en waarden?

    Vraag 5 is uiteindelijk misschien nog wel de meest kwalijke, simpelweg omdat de formulering van de vraag afbreuk doet aan een van de peilers van de democratie en daarmee ook aan een van de peilers onder het bestaan van deze partij.
    Los van de absolute noodzaak om het sentiment en de twijfel van individuen te toetsen op waarde en waarheid alvorens ze de besluitvorming (mogelijk) beïnvloeden is het niet de vraag ‘wie’ of ‘hoeveel mensen’ er bezwaar uitbrengt of -brengen, maar over de validiteit van het bezwaar en of het past bij de eerder genoemde normen en waarden waarbinnen het college moet opereren.

    Als CDA-stemmer had ik in elk geval een verstandiger, inhoudelijker en minder gekleurde reactie verwacht, dat had minder afbreuk gedaan aan de kracht van deze vragen..

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *