Berichten

Open brief aan Berend de Vries: Uitsluiten is nooit het antwoord!

Beste Berend,

Afgelopen zaterdag las ik in het Brabants Dagblad dat jij als lijsttrekker van D66 de partij van Hans Smolders uit sluit als coalitiepartner na de komende gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb jou de afgelopen jaren leren kennen en waarderen als een gedegen bestuurder, een fijne collega en een behendig politicus. Ik vrees dat je bij het uitsluiten van de LST vooral hebt geluisterd naar de politicus in jezelf, met de hoop dat je meer kiezers weet aan te trekken in een zogenaamde “two horse race” tegen Smolders’ LST.

Ik betreur deze gezochte tegenstelling. Uitsluiten is nooit het antwoord!

Waar jij in je antwoorden onder andere het mensbeeld van Smolders opwerpt als argument voor het uitsluiten, maak je je zelf schuldig aan precies dat wat je Smolders verwijt. Jij sluit bij voorbaat de partij, de mens en de mogelijke kiezers van Smolders uit van deelname aan het stadsbestuur. Hiermee is de polarisatie en tegenstelling al een feit, nog voordat die zich heeft voorgedaan. Hiermee stoot je kiezers die niet op je eigen partij willen stemmen bij voorbaat van je af. Terwijl iedereen weet dat de stad alleen bestuurd kan worden in een coalitie waarin partijen worden verbonden in plaats van uitgesloten. Een coalitie vraagt verschillen te overbruggen en in elkaar te investeren. Een stad verdient een bestuur dat verbinding zoekt, ook wanneer de verschillen te groot lijken. Een stadsbestuur dat uitsluit en diskwalificeert zal geen verbinding en vertrouwen winnen maar slechts maatschappelijke tegenstellingen versterken.

Afgelopen jaren is Tilburg bestuurd door een coalitie met D66, SP, GroenLinks en het CDA. Heel verschillende partijen met heel verschillende ideeën voor de stad. Maar we vonden elkaar in een gedeeld beeld van perspectief voor onze inwoners, een sociaal beleid met een warm hart en een ongekend ambitieuze stedelijke ontwikkeling. Ook mijn partij steunde voorstellen die niet op voorhand de onze waren, maar waar we nu gezamenlijk trots op kunnen zijn.

Voor het CDA is de LST allerminst de gedroomde coalitiepartner. Afgelopen jaren diende Smolders twee moties van wantrouwen tegen mij in, dus dit zou zomaar wederzijds kunnen gelden. Ik heb moeite met de stijl, woordkeus en drammerigheid van Smolders. Ik vind het niet constructief dat de LST vaak claimt misstanden aan de kaak te stellen en de nuance uit het oog verliest. Maar zoals ook jij als D66 lijsttrekker constateert, is de LST de laatste jaren wel degelijk een constructiever koers gaan varen. Niet altijd tot en met het besluit, zoals bij het Spoorpark en de ontwikkeling van het Pieter Vreedeplein, maar wel degelijk constructiever.

De kiezer zal uiteindelijk bepalen of de vraag relevant is of, en met wie, ik wil samenwerken. Ik hoop dat het CDA groot wordt, en partijen kan vinden die willen helpen de stad nog mooier te maken, onze inwoners kansen te bieden en samen een goede koers kunnen inzetten en vasthouden. De uitslag bepaalt het speelveld en de uitgangspositie van partijen hierbij.

Maar het echte punt is, hoe willen we met elkaar omgaan in onze stad? En welk voorbeeldgedrag mogen we dan van ons stadsbestuur verwachten? Het CDA staat voor een stad waarin we op een respectvolle manier met elkaar omgaan. Luisteren naar wat mensen beweegt en respecteren waar ze zich zorgen over maken.

Mensen of partijen uitsluiten past hier niet bij.

Hartelijke groet,

Erik de Ridder

Lijsttrekker CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout

Bovenstaande open brief verscheen op maandag 5 maart in het Brabants Dagblad

Laat Peerke staan en verbinden

Het standbeeld van Peerke Donders kan in de huidige vorm echt niet meer. Dat lezen we in het Brabants Dagblad. Het zou koloniale en raciale verhoudingen representeren die tegenwoordig uit de mode zijn. Volgens brievenschrijver Herman Fitters moet het beeld worden aangepast of zelfs worden verwijderd. Want hier zou een superieure witte man staan, die met de katholieke kerk, de zwarte man er onder houdt.

Nog afgezien dat het beeld van Donders een Rijksmonument is dat niet zomaar verwijderd kan worden, lijkt aanpassen of verwijderen ons een slecht idee. Want als Peerke, zoon van een arme huiswever, iets heeft gedaan is het tussen de slaven en melaatsen staan om hen letterlijk en figuurlijk op de been te helpen. Peerke was geen man die vanuit een gevoel van superioriteit mensen onderdrukte. Maar een kei van een vent die met groot hart en groot geloof, zijn leven heeft gegeven voor de mensen die hem het meest nodig hadden.
Het pleidooi voor verwijdering van het beeld komt voort uit goede en nobele bedoelingen, maar snijdt menig Tilburger door het hart.

Het valt in deze tijd niet mee om genuanceerd en verbindend te spreken als het gaat om dit soort kwesties. Kleur en afkomst zijn volkomen irrelevant. Maar lijken een steeds prominentere plaats in ieder debat in te nemen. Voor je het weet staan partijen lijnrecht tegenover elkaar. Dat heeft Peerke niet verdiend. Dat verdienen de werkgroep Keti Koti en de heer Fitters niet. En dat verdient Tilburg niet. Het gaat er om met respect voor ieders opvatting niet te polariseren, maar de dialoog aan te gaan. Daarom pleiten wij voor een verklarend informatiebord bij het beeld van Donders. Waarop naast het leven van Peerke ook aandacht aan de koloniale tijd gegeven wordt. Laat het beeld van Peerke staan en een symbool zijn voor mensen die elkaar willen helpen. Ongeacht hun afkomst.

Initiatiefnemers “Code oranje” tonen vooral eigen onvermogen aan

Woensdag 26 oktober lanceerde burgemeester Bert Blase (PvdA) van Vlaardingen in het dagblad Trouw zijn aanvalsplan Code Oranje. In dit aanvalsplan pleit de Vlaardingse burgervader samen met 100 lokale bestuurders en wetenschappers voor het afschaffen van de gemeenteraad zoals we die nu kennen. In het plan staat een voorstel om te gaan experimenteren met een gemeenteraad die samengesteld wordt door loting. Deze gemeenteraad van 150 man zou als soort van volksoploop drie maal per jaar bij elkaar moeten komen.  Met de presentatie van dit plan tonen de initiatiefnemers niet het failliet van de lokale democratie maar vooral hun eigen onvermogen aan.

Rollen van de raad

Het plan van een “lottocratie” verliest een aantal belangrijke punten uit het oog.  Een raadslid besteedt gemiddeld 16,76 uur per week aan het raadswerk. In deze tijd vervult een raadslid drie belangrijke rollen: hij stelt kaders aan het beleid, controleert het werk van burgemeester en wethouders en vertegenwoordigd zijn achterban.  In de nieuwe opzet lijkt vooral ruimte voor het uitvoeren van de kaderstellende taak, dit terwijl voor een goed functioneren van de lokale politiek de andere twee rollen minimaal zo belangrijk zijn.

Om de kaderstellende en controlerende taak goed uit te voeren is het belangrijk dat een raadslid goed op de hoogte is van de werking van lokale politiek, zoals bijvoorbeeld de gemeentewet, de instrumenten van een raadslid enz. In de praktijk blijkt dat een raadslid de eerste vier jaar vooral bezig is deze zaken in de vingers te krijgen. Pas in de tweede periode wordt een raadslid echt effectief. Hij/zij bouwt dan zijn profiel en weet zaken voor elkaar te krijgen. Bij het instellen van een “lottocratie” dreigt deze opbouw van ervaring verloren te gaan. Tenslotte zullen weinig inwoners zich zo maar willen committeren aan een functie van tenminste 4-8 jaar.  Dit gebrek aan borgen van ervaring zal afbreuk doen aan zorgvuldigheid van de besluitvorming.

Vertegenwoordiging

Daar komt nog bovenop dat bij een samenstelling op basis van loting het maar de vraag is of de raad nog wel een afspiegeling is van de samenleving. Natuurlijk kun je deze vraagtekens ook zetten bij een verkiezing waarbij de opkomst onder de 50% ligt. Toch, is het bezwaar bij willekeurige loting niet te verwaarlozen. Bij reguliere verkiezingen komen uit alle bevolkingslagen mensen stemmen. Hierdoor zijn veel verschillende geluiden vertegenwoordigd in de raad, in Tilburg zetelen maar liefst 12 verschillende partijen. Wanneer er gewerkt wordt op basis van een willekeurige loting kan het zijn dat een bepaalde bevolkingsgroep geen enkele vertegenwoordiging kent.

Eigen disfunctioneren

De belangrijkste vraag is voor welk probleem het actieplan Code Oranje een oplossing moet bieden. Naar eigen zeggen willen de initiatiefnemers meer invloed geven aan belangengroepen. Echter, deze hebben op dit moment vele wegen naar de politiek. Bijna wekelijks verwelkomen wij als CDA-fractie mensen uit de stad tijdens onze fractievergadering of gaan bij hen op bezoek. Allen hebben ze een verzoek of vraag aan de politiek.

Voor wie een dergelijke drempel te hoog is organiseren steeds meer gemeenten een G1000 waarop inwoners actief meepraten. Ook inspreekavonden, rondetafelgesprekken en andere vorm van inspraak worden volop toegepast. Wie de weg naar de politiek wil vinden, weet deze ook te vinden. Als de initiatiefnemers van het actieplan hier anders over denken zegt dit vooral veel over hun eigen functioneren.

Natuurlijk is de democratie nooit af. Er is veel veranderd sinds Thorbecke ons huidige systeem heeft bedacht. in de 19e eeuw.  Maar het lijkt erop dat de initiatiefnemers belangrijke randvoorwaarden voor een goed werkende democratie willen verspelen. Het zelfreinigend vermogen een  politieke partij, de interne democratie en een betrouwbare gedragslijn van een fractie zijn van groot belang voor het goed functioneren van de volksvertegenwoordiging. In een ogenschijnlijke oneindige drang naar bestuurlijke vernieuwing moeten we er voor waken het kind niet met het badwater weg te gooien.