Berichten

OPINIE: “Kamerfractie roep op tot een nationaal debat!”

De afgelopen dagen probeerde media en politici de uitslag van de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart jl. te duiden. Vooral de opkomst van Forum voor Democratie is een gewild onderwerp voor analyses en commentaren. Velen denken precies te weten waar deze politieke aardverschuiving door is veroorzaakt. Dit is opmerkelijk. Als we dit zo goed wisten, waarom hebben de politieke partijen hier dan geen passend antwoord op weten te formuleren?  Hoewel het CDA met “slechts” één zetel verlies het in Noord-Brabant behoorlijk goed heeft gedaan moeten we niet op onze lauweren rusten.

 

Wie kijkt naar de uitslag kan er niet omheen dat een groot deel van de kiezers een stem uitgebracht uit protest, onrust of woede. Deze stemmen zijn gericht tegen het huidige politieke beleid. Deze emoties lijken haaks te staan op de feiten. Wanneer we kijken naar de huidige situatie in ons land zien we veel goede zaken:

  • Nederland hoort bij de rijkste landen ter wereld;
  • Nederland staat in de top 5 van de gelukkigste landen ter wereld;
  • Nederland heeft het beste stelsel voor zorgverzekeringen;
  • Nederland heeft een van de beste pensioenstelsels.

Toch ervaart ruim één op de vijf mensen het niet zo. Wie zich enigszins verdiept in de onvrede ziet dat de signalen heel divers zijn: van onrust over de betaalbaarheid van de klimaatmaatregelen tot boosheid over lokale maatregelen en van protest tegen de premier tot angst voor immigranten. Het vinden van een antwoord is dus niet zomaar gevonden. Het is juist aan het CDA, als de partij van de samenleving, om in actie te komen en te zoeken naar het antwoord op de gevoelens die een groot deel van het electoraat ervaart. Niet door klakkeloos mee te gaan in populistische retoriek en standpunten, maar juist door in gesprek te gaan en oprechte vragen te stellen. Waardoor worden deze gevoelens veroorzaakt? Welke problemen worden ervaren? Welke oplossingen kunnen we samen bedenken?

Deze vragen beantwoorden we niet vanuit de fractiekamers of vanuit een wetenschappelijk instituut. Voor de echte antwoorden moeten we met elkaar in gesprek. Niet als overheid in zaaltjes komen vertellen waarom het gevoerde beleid echt wel deugd, maar echt luisteren en samen te bouwen aan het Nederland van morgen. Hierbij kunnen we een voorbeeld nemen aan het Grand Débat wat nu gaande is in Frankrijk. In regionale discussies bedenken inwoners samen nieuwe oplossingen voor de problemen die zij ervaren. Als CDA hebben we al positieve ervaringen met dit soort bijeenkomsten. Zowel de landelijke CDA1000 als de lokale CDA100 hebben mooie en verrassende resultaten opgeleverd.

 

Het verdient de voorkeur wanneer een dergelijk nationaal debat niet wordt georganiseerd door een politieke partij zelf. Tenslotte zou het dan snel weer gezien worden als verkiezingsretoriek. Daarom zou onze fractie in de Tweede Kamer moeten pleiten voor een nationaal debat op initiatief van de overheid, georganiseerd voor en door de burgers zelf. Hierbij moet vooraf duidelijk zijn dat de opgehaalde signalen niet in een bureaula verdwijnen.  Een dergelijk voorstel hoort juist uit een partij als het CDA te komen. Niet voor niets is een van onze zeven principes: Het gaat om de samenleving, niet om de overheid. Laten we dat niet alleen beleiden met woorden maar ook daden.

 

Joost van Puijenbroek is duo-voorzitter a.i. van het CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout. Tevens is hij docent economische vakken.

 

 

 

 

Opinie: Leve de partijdemocratie!

Wie zoekt naar dé leider bij het CDA en enkel kijkt naar de fractievoorzitter in de Tweede Kamer voorziet zichzelf bij voorbaat van een incompleet beeld

“Meneer Ensberg, is het niet zo dat partijleider Sybrand Buma keihard door de CDA-leden is teruggefloten en op zijn rechtse vingers is getikt?” “De CDA-leden komen in opstand tegen de koers van de Tweede Kamerfractie, mag ik het zo interpreteren?” “Wat is het volgende onderwerp na het kinderpardon waarop CDA-leden Buma gaan corrigeren; het klimaatbeleid?”

Beeld: CDA.nl

In de afgelopen weken mocht ik als CDA-lid van verschillende parlementaire journalisten van de Volkskrant, NRC, Trouw, NPO Radio 1 en Nieuwsuur telefoontjes ontvangen met vragen als deze. Het impliciete denk- en referentiekader van deze journalisten is dat een grote landelijke politieke partij centraal en van bovenaf wordt aangestuurd door ‘een sterke man’. Journalisten die dat denken, kennen de essentie van de christendemocratie en de ontstaansgeschiedenis van het CDA niet. Het CDA is juist de meest lokale partij van Nederland, geleid door sociale en barmhartige leden.

Het CDA ontstond in 1980 uit een fusie tussen drie politieke partijen. Onder andere lokale afdelingen uit Noord-Holland, Gelderland, Limburg en Brabant riepen via een manifest op om tot deze fusie over te gaan. De petitie ‘Wij horen bij elkaar’ werd door 50.000 tot 80.000 van de toen 140.000 leden ondertekend. Deze kracht van onderop werd ook vastgelegd in het ‘program van uitgangspunten’ en is één van de vier centrale uitgangspunten onder de noemer ‘gespreide verantwoordelijkheid’. “Met gespreide verantwoordelijkheid wil het CDA een inrichting van de samenleving dichterbij brengen waarin mensen zorg dragen voor elkaar.” Een ander wezenlijke CDA-waarde is subsidiariteit; verantwoordelijkheid voor publiek en politiek beleid moet zoveel mogelijk op het laagste niveau worden gedragen en democratisch worden verankerd. Sinds de start van het CDA kunnen leden, al dan niet georganiseerd via lokale en provinciale afdelingen of netwerken, rechtstreeks invloed uitoefenen op het beleid en de koers van de partij. Dat gebeurt vooral via ledenvergaderingen die we gemakshalve partijcongressen noemen. Partijcongressen hebben de potentie om als feestmoment te fungeren voor de partijdemocratie en geregeld is het ook een waar feest. Zeker als relatief anonieme leden in staat zijn om onverwachte meerderheden te smeden en zo de Haagse politieke koers te verleggen.

Zelf mocht ik de afgelopen jaren samen met andere leden effectief bijdragen aan thema’s als verruiming van het kinderpardon, de verhouding ten opzichte van de Hongaarse politieke partij Fidesz van de dubieuze premier Viktor Orban en de arbeidsparticipatie van mensen met een beperking. En als 12 provinciale lijsttrekkers in De Telegraaf een wat mij betreft onnodig negatief opinieartikel over het klimaatakkoord publiceren, troost ik me met de gedachte: als lid kan ik tijdens partijcongressen hierover nog stevig met hen in debat. En die ruimte voor leden wordt de komende jaren alleen maar groter! Op de website www.cda.nl/partijvernieuwing staan voorbeelden van vernieuwingen op het gebied van de partijdemocratie. Zo komt er meer (digitaal) debat tussen leden, worden leden ook digitaal vaker geraadpleegd door de partijtop en komt er een verenigingsraad. Concrete plannen dus die hard nodig zijn in een tijd waarin het ledental bij menig politieke partij in rap tempo achteruit holt. Kortom, zowel in procesmatig als inhoudelijk perspectief is het CDA van oudsher een partij die haar leden vanuit overtuiging de ruimte geeft invloed uit te oefenen. Journalisten die verbaasd zijn over de grote interne ledenparticipatie bij een maatschappelijk zeer wezenlijk vraagstuk als het kinderpardon zouden zich meer in het CDA moeten verdiepen.

Ik snap best dat in tijden van Amerikanisering van onze politiek en de groei van het populisme de journalistieke neiging is om het begrip leiderschap te reduceren tot één enkel persoon. De christendemocratie laat echter zien dat het leiderschap in de samenleving rust op meerdere schouders die zich gezamenlijk inzetten voor de goede zaak. Wie zoekt naar dé leider bij het CDA en enkel kijkt naar de fractievoorzitter in de Tweede Kamer voorziet zichzelf bij voorbaat van een incompleet beeld. Het zijn gemeenteraadsleden, burgemeesters, provinciale Statenleden, afdelingsbestuurders en vele andere CDA-leden die zich dagelijks inzetten als politiek leiders. Want politiek is meer dan mooie woorden uitspreken in de plenaire zaal in Den Haag. Politiek gaat om échte maatschappelijke vragen helpen oplossen samen met en voor échte mensen.

Ik denk dan bijvoorbeeld aan een raadslid als Marti de Brouwer van het CDA Tilburg, in 2016 uitgeroepen tot politicus van het jaar. Tilburgers motiveerden hun keuze toen met lovende woorden als: “Marti ziet de mensen echt en luistert naar problemen.” “Marti staat echt klaar voor arme medemensen in Tilburg, een man met groot hart van goud.” “Marti zal zich altijd voor 100% inzetten voor de mensen die het minder goed hebben in onze gemeente.” Marti is namelijk niet alleen raadslid, maar ook nog eens vrijwilliger die zich buiten de raadszaal hard maakt voor Tilburgers met een kleine beurs. En zoals Marti zijn er vele duizenden CDA’ers door het hele land. Mensen die het CDA als grootste lokale partij dag in, dag uit smoel geven. “Is het CDA langzaamaan niet een kille, rechtse partij geworden zonder compassie met de zwakkeren in de samenleving?” is ook een zo’n fijne vraag die ik wel eens voorgeschoteld krijg van journalisten. Ik kijk naar Marti en naar partijgenoten als hij, zie dat we gezamenlijk voor elkaar hebben gekregen ons hard te maken voor verruiming van het kinderpardon en weet dan het antwoord: een af en toe opstekend rechts windje in de Hofstad kan nooit op tegen de aanhoudende storm van sociale christendemocraten op lokaal niveau.

Dave Ensberg is directeur-bestuurder van stichting Nationaal Jeugdfonds Jantje Beton en auteur van het boek “bezielende beschaving. Dave Ensberg is bovendien lid van het CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout. 

Open brief aan Berend de Vries: Uitsluiten is nooit het antwoord!

Beste Berend,

Afgelopen zaterdag las ik in het Brabants Dagblad dat jij als lijsttrekker van D66 de partij van Hans Smolders uit sluit als coalitiepartner na de komende gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb jou de afgelopen jaren leren kennen en waarderen als een gedegen bestuurder, een fijne collega en een behendig politicus. Ik vrees dat je bij het uitsluiten van de LST vooral hebt geluisterd naar de politicus in jezelf, met de hoop dat je meer kiezers weet aan te trekken in een zogenaamde “two horse race” tegen Smolders’ LST.

Ik betreur deze gezochte tegenstelling. Uitsluiten is nooit het antwoord!

Waar jij in je antwoorden onder andere het mensbeeld van Smolders opwerpt als argument voor het uitsluiten, maak je je zelf schuldig aan precies dat wat je Smolders verwijt. Jij sluit bij voorbaat de partij, de mens en de mogelijke kiezers van Smolders uit van deelname aan het stadsbestuur. Hiermee is de polarisatie en tegenstelling al een feit, nog voordat die zich heeft voorgedaan. Hiermee stoot je kiezers die niet op je eigen partij willen stemmen bij voorbaat van je af. Terwijl iedereen weet dat de stad alleen bestuurd kan worden in een coalitie waarin partijen worden verbonden in plaats van uitgesloten. Een coalitie vraagt verschillen te overbruggen en in elkaar te investeren. Een stad verdient een bestuur dat verbinding zoekt, ook wanneer de verschillen te groot lijken. Een stadsbestuur dat uitsluit en diskwalificeert zal geen verbinding en vertrouwen winnen maar slechts maatschappelijke tegenstellingen versterken.

Afgelopen jaren is Tilburg bestuurd door een coalitie met D66, SP, GroenLinks en het CDA. Heel verschillende partijen met heel verschillende ideeën voor de stad. Maar we vonden elkaar in een gedeeld beeld van perspectief voor onze inwoners, een sociaal beleid met een warm hart en een ongekend ambitieuze stedelijke ontwikkeling. Ook mijn partij steunde voorstellen die niet op voorhand de onze waren, maar waar we nu gezamenlijk trots op kunnen zijn.

Voor het CDA is de LST allerminst de gedroomde coalitiepartner. Afgelopen jaren diende Smolders twee moties van wantrouwen tegen mij in, dus dit zou zomaar wederzijds kunnen gelden. Ik heb moeite met de stijl, woordkeus en drammerigheid van Smolders. Ik vind het niet constructief dat de LST vaak claimt misstanden aan de kaak te stellen en de nuance uit het oog verliest. Maar zoals ook jij als D66 lijsttrekker constateert, is de LST de laatste jaren wel degelijk een constructiever koers gaan varen. Niet altijd tot en met het besluit, zoals bij het Spoorpark en de ontwikkeling van het Pieter Vreedeplein, maar wel degelijk constructiever.

De kiezer zal uiteindelijk bepalen of de vraag relevant is of, en met wie, ik wil samenwerken. Ik hoop dat het CDA groot wordt, en partijen kan vinden die willen helpen de stad nog mooier te maken, onze inwoners kansen te bieden en samen een goede koers kunnen inzetten en vasthouden. De uitslag bepaalt het speelveld en de uitgangspositie van partijen hierbij.

Maar het echte punt is, hoe willen we met elkaar omgaan in onze stad? En welk voorbeeldgedrag mogen we dan van ons stadsbestuur verwachten? Het CDA staat voor een stad waarin we op een respectvolle manier met elkaar omgaan. Luisteren naar wat mensen beweegt en respecteren waar ze zich zorgen over maken.

Mensen of partijen uitsluiten past hier niet bij.

Hartelijke groet,

Erik de Ridder

Lijsttrekker CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout

Bovenstaande open brief verscheen op maandag 5 maart in het Brabants Dagblad

Laat Peerke staan en verbinden

Het standbeeld van Peerke Donders kan in de huidige vorm echt niet meer. Dat lezen we in het Brabants Dagblad. Het zou koloniale en raciale verhoudingen representeren die tegenwoordig uit de mode zijn. Volgens brievenschrijver Herman Fitters moet het beeld worden aangepast of zelfs worden verwijderd. Want hier zou een superieure witte man staan, die met de katholieke kerk, de zwarte man er onder houdt.

Nog afgezien dat het beeld van Donders een Rijksmonument is dat niet zomaar verwijderd kan worden, lijkt aanpassen of verwijderen ons een slecht idee. Want als Peerke, zoon van een arme huiswever, iets heeft gedaan is het tussen de slaven en melaatsen staan om hen letterlijk en figuurlijk op de been te helpen. Peerke was geen man die vanuit een gevoel van superioriteit mensen onderdrukte. Maar een kei van een vent die met groot hart en groot geloof, zijn leven heeft gegeven voor de mensen die hem het meest nodig hadden.
Het pleidooi voor verwijdering van het beeld komt voort uit goede en nobele bedoelingen, maar snijdt menig Tilburger door het hart.

Het valt in deze tijd niet mee om genuanceerd en verbindend te spreken als het gaat om dit soort kwesties. Kleur en afkomst zijn volkomen irrelevant. Maar lijken een steeds prominentere plaats in ieder debat in te nemen. Voor je het weet staan partijen lijnrecht tegenover elkaar. Dat heeft Peerke niet verdiend. Dat verdienen de werkgroep Keti Koti en de heer Fitters niet. En dat verdient Tilburg niet. Het gaat er om met respect voor ieders opvatting niet te polariseren, maar de dialoog aan te gaan. Daarom pleiten wij voor een verklarend informatiebord bij het beeld van Donders. Waarop naast het leven van Peerke ook aandacht aan de koloniale tijd gegeven wordt. Laat het beeld van Peerke staan en een symbool zijn voor mensen die elkaar willen helpen. Ongeacht hun afkomst.

Initiatiefnemers “Code oranje” tonen vooral eigen onvermogen aan

Woensdag 26 oktober lanceerde burgemeester Bert Blase (PvdA) van Vlaardingen in het dagblad Trouw zijn aanvalsplan Code Oranje. In dit aanvalsplan pleit de Vlaardingse burgervader samen met 100 lokale bestuurders en wetenschappers voor het afschaffen van de gemeenteraad zoals we die nu kennen. In het plan staat een voorstel om te gaan experimenteren met een gemeenteraad die samengesteld wordt door loting. Deze gemeenteraad van 150 man zou als soort van volksoploop drie maal per jaar bij elkaar moeten komen.  Met de presentatie van dit plan tonen de initiatiefnemers niet het failliet van de lokale democratie maar vooral hun eigen onvermogen aan.

Rollen van de raad

Het plan van een “lottocratie” verliest een aantal belangrijke punten uit het oog.  Een raadslid besteedt gemiddeld 16,76 uur per week aan het raadswerk. In deze tijd vervult een raadslid drie belangrijke rollen: hij stelt kaders aan het beleid, controleert het werk van burgemeester en wethouders en vertegenwoordigd zijn achterban.  In de nieuwe opzet lijkt vooral ruimte voor het uitvoeren van de kaderstellende taak, dit terwijl voor een goed functioneren van de lokale politiek de andere twee rollen minimaal zo belangrijk zijn.

Om de kaderstellende en controlerende taak goed uit te voeren is het belangrijk dat een raadslid goed op de hoogte is van de werking van lokale politiek, zoals bijvoorbeeld de gemeentewet, de instrumenten van een raadslid enz. In de praktijk blijkt dat een raadslid de eerste vier jaar vooral bezig is deze zaken in de vingers te krijgen. Pas in de tweede periode wordt een raadslid echt effectief. Hij/zij bouwt dan zijn profiel en weet zaken voor elkaar te krijgen. Bij het instellen van een “lottocratie” dreigt deze opbouw van ervaring verloren te gaan. Tenslotte zullen weinig inwoners zich zo maar willen committeren aan een functie van tenminste 4-8 jaar.  Dit gebrek aan borgen van ervaring zal afbreuk doen aan zorgvuldigheid van de besluitvorming.

Vertegenwoordiging

Daar komt nog bovenop dat bij een samenstelling op basis van loting het maar de vraag is of de raad nog wel een afspiegeling is van de samenleving. Natuurlijk kun je deze vraagtekens ook zetten bij een verkiezing waarbij de opkomst onder de 50% ligt. Toch, is het bezwaar bij willekeurige loting niet te verwaarlozen. Bij reguliere verkiezingen komen uit alle bevolkingslagen mensen stemmen. Hierdoor zijn veel verschillende geluiden vertegenwoordigd in de raad, in Tilburg zetelen maar liefst 12 verschillende partijen. Wanneer er gewerkt wordt op basis van een willekeurige loting kan het zijn dat een bepaalde bevolkingsgroep geen enkele vertegenwoordiging kent.

Eigen disfunctioneren

De belangrijkste vraag is voor welk probleem het actieplan Code Oranje een oplossing moet bieden. Naar eigen zeggen willen de initiatiefnemers meer invloed geven aan belangengroepen. Echter, deze hebben op dit moment vele wegen naar de politiek. Bijna wekelijks verwelkomen wij als CDA-fractie mensen uit de stad tijdens onze fractievergadering of gaan bij hen op bezoek. Allen hebben ze een verzoek of vraag aan de politiek.

Voor wie een dergelijke drempel te hoog is organiseren steeds meer gemeenten een G1000 waarop inwoners actief meepraten. Ook inspreekavonden, rondetafelgesprekken en andere vorm van inspraak worden volop toegepast. Wie de weg naar de politiek wil vinden, weet deze ook te vinden. Als de initiatiefnemers van het actieplan hier anders over denken zegt dit vooral veel over hun eigen functioneren.

Natuurlijk is de democratie nooit af. Er is veel veranderd sinds Thorbecke ons huidige systeem heeft bedacht. in de 19e eeuw.  Maar het lijkt erop dat de initiatiefnemers belangrijke randvoorwaarden voor een goed werkende democratie willen verspelen. Het zelfreinigend vermogen een  politieke partij, de interne democratie en een betrouwbare gedragslijn van een fractie zijn van groot belang voor het goed functioneren van de volksvertegenwoordiging. In een ogenschijnlijke oneindige drang naar bestuurlijke vernieuwing moeten we er voor waken het kind niet met het badwater weg te gooien.

Vergoeding raadswerk in kleinere gemeenten niet in verhouding met werklast

Woensdag 22 juni 2016 besteedde het Brabants Dagblad aandacht aan de vergoeding die een raadslid krijgt voor zijn raadswerk. Terecht concludeert het artikel dat er grote verschillen zijn in de beloning tussen diverse gemeenten. Lees meer