Leren van ervaringsdeskundigen 

Natuurlijk was het niet de eerste keer. Maar gisteren sprak ik samen met mijn favoriete raadslid uit Tilburg (Marti de Brouwer) met een aantal ervaringsdeskundigen over hun ervaringen met werk, inkomen, schulden en armoede. Het werd een mooi gesprek. En het begin van een serie gesprekken. Als je als volksvertegenwoordiger wilt weten waar mensen tegenaan lopen, dan kun je dat het beste aan hen vragen. Niet af en toe. Maar regelmatig. 

In Den Haag verzinnen we bij ieder probleem een oplossing. Het kan ook andersom. Dan hebben we al een oplossing en verzinnen we er een probleem bij. Over al die oplossingen is goed nagedacht. Niemand zal iets krijgen waar hij geen recht op heeft.  En op papier krijgt iedereen de hulp die hij of zij nodig heeft. Op papier klopt alles. In de praktijk deugt het niet altijd. Als ik dat nog niet wist, werd me dat snel duidelijk. 

Sprekend met mensen die ‘aan de verkeerde kant van het hout’ terecht zijn gekomen, moet je je aandacht er goed bij houden. Omdat we werken met zoveel verschillende variabelen in wet en regelgeving kan het op ongelofelijk veel manieren anders uitpakken dan bedacht of bedoeld. In de woorden van Jermaine, een leuke kerel van CNV-Jongeren: “Ge moet niet kijken naar die algemene plaatjes. Maar naar mèn persoonlijke situatie. Die ziet er weer heul áánders uit.” 

”Ik schei er uit met werken. Ik kan dit niet meer aan. Ben je net weer op weg dan moet je hier weer terugbetalen, daar andere informatie leveren, ginds komen praten, een eind terug je inkomen opgeven, aan de overkant veranderingen in je inkomen opgeven enzovoort. Het lijkt verdorie wel alsof al die instellingen elkaar tegenwerken. En ik heb geen glazen bol, hè. Omdat ik nooit precies weet hoeveel uren ik krijg weet ik niet hoeveel ik zal verdienen. En of ik weer moet terugbetalen. Het is verdomme net Russische roulette. Ik doe mijn best, maar of het goed uitpakt? Geen mens die het weet.” 

”Vind je het gek dat zoveel mensen zeggen, doe mij maar een uitkering en een vrijwilligersvergoeding. Dan is je inkomen stabiel en ben je af van al die administratieve ellende. Kleine foutjes zijn onvermijdelijk. Maar voor je het weet ben je een fraudeur. Ik word er knotsknettergek van. En dan heb ik nog geen schulden dus het kan veel en veel erger.” 

”Die beslagvrije voet. Hoe zit dat nu precies. Dus niet iedereen mag zomaar geld van je rekening afschrijven. Nou ja, tot een bepaalde hoogte maar. Hoe hoog is dat? Hangt dat van mijn situatie af? Lekker makkelijk. En waar moet ik dan zijn als ik geen geld meer overhoud? Kan dat nou niet makkelijker? De belastingdienst, de gemeente en de UWV weten toch precies wat ik bezit en verdien. Als zij het niet snappen, hoe moet ik dat dan kunnen?” 

Marti en ik deden ons best. Maar soms duizelde het toch even van een van de vele voorbeelden. Gelukkig kregen we de vele (reken)voorbeelden ook keurig op papier. Nalezen is wel fijn en soms ook nodig. In de woorden van een van de ervaringsdeskundigen die zich nu bezig houdt met de ondersteuning van anderen: “Het is ook niet zo eenvoudig allemaal. Zeker niet voor politici. Haha.” Het was een mooi gesprek. Wijzer zijn we geworden. Stakkerig wijs zou ik zeggen.

Door: René Peters (Tweede Kamerlid namens het CDA)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *