Vertrouwen: komt te voet en gaat te paard

Een nieuw jaar met de beste wensen, goede gezondheid, warmte, liefde en geluk. En dan? Dan gaan we weer over tot de orde van de dag. Het eerste krantenartikel dat ik in het nieuwe jaar las kopt: De burger heeft geen vertrouwen meer in de overheid’
Wat betekent vertrouwen? Er vanuit gaande dat het is: ‘het geloven dat de persoon/ instantie die men vertrouwt zal doen wat men van hem verwacht.’
Dan is de vraag of er geen vertrouwen is in de overheid in zijn algemeenheid, of op landelijk, provinciaal, of lokaal niveau. Wat van de overheid verwacht wordt is gebaseerd op de informatie die men heeft over het onderwerp. De landelijke overheid verkondigde op Prinsjesdag dat de koopkracht erop vooruit gaat, als er vervolgens geen duidelijke (Jip en Janneke) informatie is over waar het positieve verschil ontstaat, levert elke negatieve berichtgeving afbreuk aan het vertrouwen.
Het paard wordt gezadeld
Als de gemeente Tilburg in 2018 aangeeft dat er een tekort is van miljoenen in de wettelijke zorgplicht en vervolgens de zorgpremies voor 2019 verhogen, wordt die rechtstreekse connectie gelegd door gebrek aan informatie of kennis van het totaalpakket?
Het paard wordt naar buiten gebracht en staat in de startblokken
De wettelijke zorgplicht is van de landelijke overheid overgedragen aan de gemeenten. Geen probleem toch, als we het geld ook krijgen? Niet dus, per zorgtaak werd er een korting toegepast tussen de 20 en 50%. Voor zorg die bijvoorbeeld 100 euro kost moeten de gemeenten het met 20 tot 50 euro minder doen.
De volgende deuk in het vertrouwen volgt na het krantenbericht; ‘woonlasten nemen in Tilburg fors toe voor eigenaars en huurders’. Nu maar hopen dat niet alleen de kop wordt gelezen, maar ook het artikel en met name de laatste alinea, ook al staat daar niet de gehele informatie (de rekening wordt doorgeschoven naar de gebruikers en niet alleen de inwoners).
En daar gaat het vertrouwen te paard
Hopelijk is de toon voor 2019 nog niet gezet. Vertrouwen hangt samen met verwachtingen, die op haar beurt worden gevormd door informatie. Laten we samen meer aandacht besteden aan het delen van voldoende en de juiste informatie en het vertrouwen in elkaar verbeteren. 2019 wordt dan het jaar van samenwerking, verbinding en het delen van successen.
Door: Hans van de Ven

O, was ik maar een kerstboom

Ja, was ik maar een kerstboom. Maar ik ben een zwarte els en als zwarte els sta je graag met je voeten in de vochtige grond. “Vroeger” werd er minder gekeken naar welke boom je waar plant en zo kan het dan ook zijn dat er op dit moment naar schatting zo’n 5000 bomen in Tilburg staan die beter niet in een woonwijk hadden kunnen staan. Een paar weken geleden was er een discussie omdat bewoners vroegen om 50 van deze bomen te kappen. Waren ze ziek of vormde ze een direct gevaar? Nee, maar ze gaven wel veel overlast en er bleef veel blad en takjes achter in de beplanting onder de bomen. De beplanting was inmiddels voor 80% dood. De warme zomer had zijn tol geëist en de water slurpende zwarte els zorgde er dus voor dat de onder beplanting het loodje moest leggen.

Je zal maar een Beuk zijn en in de Beukendreef in Berkel-Enschot staan. De naam Beukendreef zegt al genoeg; een laan met prachtige grote, imposante beuken, zelfs 3 rijen dik! Maar ook hier zorgt de boom voor gedoe. Er zijn bewoners die hierdoor geen zon meer hebben en waar het in huis ook overdag in de zomer donker is, zelfs zo donker dat je overdag verlichting nodig hebt. Het gras in de tuin is inmiddels weg en het mos tiert welig, schoon gepoetste zitjes blijven uren soms zelfs wel een halve dag nat. De Beuken worden zo groot en verdringen elkaar wordt er aangegeven. Inmiddels heeft er een onderzoek plaatsgevonden en ook met deze bomen kun je het nooit iedereen naar de zin maken. Wat te doen, 1 rij kappen of niet? En wat mag eigenlijk volgens de pas aangenomen Bomenverordening. Hier zal het nog wel even over gaan. En weer denk ik; “was ik maar een kerstboom,”

Als kerstboom wordt je geplant op een perceel waar je ongestoord kunt blijven staan tot de dag dat je ergens in een huis liefdevol wordt opgenomen om je mooiste versiering te krijgen en na 6 januari met aangrenzende zekerheid gecomposteerd wordt zodat andere planten en bomen verder kunnen groeien. Ja, als kerstboom weet je wat je te wachten staat en verder geen gedoe! En weer denk ik; “was ik maar een kerstboom.”

Door: Marti de Brouwer

Digitale Kerstwensen

Ook de Groene telefoon is voorzien van social media; Twitter WhatsApp, Instagram en Facebook. Anno 2018 is dat de manier om elkaar te feliciteren, fijne kerstdagen of alle goede wensen voor het nieuwe jaar te sturen. Ik hoor er ook bij en ben inmiddels gestopt met het schrijven van kerstkaarten. Het mooie van de digitale manier is dat het op allerlei manieren gebeurt. Met leuke plaatjes, lieve filmpjes, foto’s van vroeger en warme woorden. Iedereen is dichtbij, wensen gaan zonder enkele moeite over de hele wereld en ze zijn aan iedereen gericht. En dat is juist waarom dat het dan ook zoveel minder mooi is… Ik wil geen wensen, die voor iedereen bedoeld zijn, hoe welgemeend ook. Dat voelt niet als aandacht.
Ik was gewend om mijn kaarten te voorzien van mooie woorden, een gedichtje waar ik trots op was, omdat het iets zei over mijn afgelopen jaar of het jaar wat voor ons ligt. Een gevoel wat ik graag met vrienden wilde delen. Het was het product van een tijd waarin je je even terugtrekt onder de kerstboom, even stopt met rennen en de tijd neemt om stil te staan bij wat echt belangrijk is. En dan wilde ik de enveloppen schrijven, geen adresstickers, maar iets meer persoonlijk. Vreselijk ouderwets. Toch heb ik het gevoel dat sommige ouderwetse dingen heel kostbaar zijn. Daar moeten we zuinig op zijn. Geen idee waarom ik niet meer de tijd nam, om welgemeend met aandacht naar mijn dierbaren te schrijven. Volgend jaar schrijf ik weer kaarten en natuurlijk delen we onze beste wensen dan ook via de Groene telefoon!

Hopelijk heeft iedereen fijne dagen en een goede jaarwisseling. Stuur weer eens een kaartje in 2019!

Door: Ineke Couwenberg

Kerstfeest voor iedereen! 

Als deze blog verschijnt duurt het nog krap een week voordat de Kerstdagen beginnen. Voor velen zijn dit gezellige dagen die we samen met geliefden, kennissen of familie vieren en waarbij de tafel vaak goed gevuld is met allerlei lekkernijen. Dagen om samen met elkaar te genieten van de mooie dingen die het leven ons te bieden heeft. Warmte, geborgenheid, gezelligheid en gezelschap.
Maar we weten allemaal dat die geneugten van het leven niet voor iedereen zijn weggelegd. Er zijn in onze samenleving genoeg mensen die tijdens Kerst niet kunnen genieten van een volle tafel, geborgenheid, gezelligheid of gezelschap.
En natuurlijk kunnen wij als individu of als vereniging niet alle noden van de wereld oplossen, maar we kunnen wel allemaal op onze eigen wijze en naar ons beste eer en geweten proberen er een steentje aan bij te dragen.
Hoeveel moeite is het om iemand die het goed kan gebruiken te verrassen met een lekkere kerststol of andere lekkernij? En hoeveel moeite is het om iemand die alleen is een kaartje te sturen of even te bellen? Maar… hoe mooi zou het zijn als wij allemaal iemand die eenzaam is, iemand die in armoede leeft of iemand die het om welke andere reden dan ook goed kan gebruiken aan onze tafel uit te nodigen. Zo leveren we allemaal een kleine bijdrage aan een beetje warmte, een stukje geborgenheid, een vleugje gezelligheid en aan het soms broodnodige gezelschap. De dankbaarheid die we er voor terugkrijgen zal onbetaalbaar zijn! Dit bevestigde Marti de Brouwer met de speelgoedinzamelingsactie die hij hielp mee te organiseren, waar hij in zijn vorige artikel over schreef.
Aan onze tafel schuift dit jaar mijn vader aan die voor het eerst Kerst alleen moet vieren. Hij heeft het geluk dat zijn kinderen hem beide dagen aan tafel uitnodigen en zo zijn eerste Kerst alleen op deze manier draaglijk proberen te maken. Hij heeft dat geluk wel, maar velen hebben dat niet. Laten we daar dit jaar eens wat extra oog voor hebben en aandacht aan besteden. Een klein gebaar voor een groot geluk!
Ik wens u allen alvast mooie Kerstdagen en een zalig nieuwjaar en zie alstublieft ook om naar hen die dat nodig hebben en verdienen.
Door: Marcel van den Hoven

Het CDA draait er niet omheen

De reparatie van Het Draaiend huis; een investering, maar zeker de moeite waard. Het Draaiend Huis hoort bij Tilburg, net als Koning Willem II, Sky Mirror van Anish Kapoor, de Kruikenzeiker en het kroepoek dak van het station. En ja, het Draaiend Huis moet draaien.. De Kruikenzeiker neem je ook z’n kruik niet af, het Kroepoek-dak wordt nooit een plat dak en als de sculptuur niet meer reflecteert, dan is de glans eraf.

Het Draaiend Huis is onlosmakelijk verbonden aan onze stad. We zetten ons in de markt als stad van experimenten en humor. Een tegendraadse stad. Heb dan ook het lef om iconen die deze waarden zo treffend vertegenwoordigen in stand te houden, en er trots op te zijn.

Iconen kosten geld, maar betalen zich in een veelvoud terug. Mensen waarderen de stad om z’n bijzondere plekjes. Daarom wonen mensen hier graag. En al die bijzondere plekjes trekken ook bezoekers en toeristen van buiten de stad. Gasten in onze stad die eten, drinken, slapen, musea bekijken en inkopen doen; een grote economische waarde.

Het zou pas echt geldverkwisting zijn, als we nu, 10 jaar na dato, de boel opruimen. Wie A zegt moet nu ook D van Draaien zeggen.

Het Draaiend Huis is een stadsentree die bij Tilburg hoort. Een vleugje kermis en een knipoog naar de Efteling. We gaan met het Draaiend Huis over de tong. Als je het mooi vindt, maar ook als je niet mooi vindt. Dat mag natuurlijk. Het waarderen van kunst wordt soms gemakkelijker als je het verhaal erachter kent. Het verhaal van het Draaiend Huis verdient om beter verteld te worden.

Kunnen we met het Draaiend Huis meer dan nu? Ja, wellicht. Een creatieve invulling. Als CDA fractie doen we de suggestie om van het Draaiend Huis een one-room hotel te maken. Een eerste Draaiend Hotel in de wereld dus. Goed voor heel veel extra aandacht en voor extra citymarketing. En voor de volledigheid: met goedkeuring van de meester zelf, kunstenaar John Körmeling.

In een dierentuin toon je geen opgezette dieren. Dan komt er niemand op af. Dieren moeten bewegen. Dan ervaar je het pas echt. Voor het Draaiend Huis geldt dat net zo. Er moet beweging in blijven!

Door: Ton Gimbrère

Burgerparticipatie is niet vanzelfsprekend: een pluim voor de wijkregisseur

In mijn vorige blog schreef ik over inwoners van Tilburg die zoekende zijn om zaken geregeld te krijgen middels een burgerinitiatief. Er waren verschillende vragen die bij mij te binnen schoten.”Wat is de oorzaak dat het niet geregeld wordt? Weten de burgers het juiste loket niet te vinden? Is er wel een loket?” In mijn portefeuille zit onder andere stadsdeel de Reeshof. Vanuit daar heb ik contact gelegd en ben ik in gesprek gegaan met vertegenwoordigers van de gemeente, de omgevingsmanager Reeshof en een van de twee wijkregisseurs voor de Reeshof om aandacht te besteden aan de inwoners van Tilburg. Dit gaf al gelijk antwoord op de vraag of er een loket is; ja dus. Echter geen fysiek loket maar een digitaal loket, alleen bereikbaar via de computer dus. Dan volgde de volgende vraag; hoe bereik je de mensen die geen computer hebben?

Het beeld wat bij de meeste inwoners leeft is dat we aan de ene kant de inwoners hebben en aan de andere kant de gemeente. Vanuit de gemeente is dat ook onderkend en vandaar de introductie van de wijkregisseurs als zogenaamde veldwerkers. Zij fungeren als de verbindende factor tussen het ambtelijke apparaat en de inwoners.

Zo vond eerder een goed gesprek plaats in het bijzijn van een betrokken bewoner. Hier werden diverse onderwerpen besproken die voortvarend zijn opgepakt door de wijkregisseur. De vervallen jeu de boules baan die ik in mijn vorige blogartikel aankaartte kwam hier ook ter sprake. De bestrating is inmiddels hersteld en in het voorjaar komt er een nieuwe laag split op de baan. Een fietspad is opnieuw bestraat en er zijn extra waarschuwingsborden aan het schrikdraad dat ter bescherming van de schaapskudde dient. Twee burgerinitiatieven ontplooid, voor herinrichting groenvoorziening en herinrichting speelweide. Door attent te zijn en aandacht te geven aan de problemen van de inwoners bouwen we aan een gelukkig Tilburg, samen.

CDA Tilburg. Altijd in de buurt.

Door: Hans van de Ven

Vele handen van politici; toch een dag zonder politiek

Het is donderdagochtend 10 minuten voor half 8 wanneer de telefoon gaat. “Zou u dadelijk in de uitzending van radio Brabant kunnen vertellen wat u vandaag gaat doen?” vraagt een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn. Sinds zo’n 15 jaar probeer ik kinderen die niets krijgen met Sinterklaas toch een cadeautje te geven. In die tijd is dit uitgegroeid tot een actie die zo ongeveer 5.000 cadeautjes naar deze groep kinderen brengt. Eigenlijk had ik gezegd dat ik het niet meer zou doen, maar toen ik door het 4e Geschenk gevraagd werd om dit mee te organiseren dacht ik; “vooruit dan, nog één keer.”

Binnen de gemeenteraad had ik alle politieke partijen gevraagd om afgelopen donderdag samen met nog een aantal andere vrijwilligers het speelgoed uit te zoeken en op leeftijdscategorie bij elkaar te zetten, zodat het winkelen makkelijker werd. Aan deze oproep werd massaal gehoor gegeven en van alle partijen was minimaal 1 persoon aanwezig. Namens het college sloot wethouder Esmah Lahlah aan. Toen we in de middag alles hadden uitgezocht en het ‘winkeltje’ ingericht hadden was het wachten op de eerste kleine bezoekers.

Deze dag was voor mij een feest om mee te maken, alle politieke partijen samen tegen armoede; hoe mooi kan het zijn? Er is hard gewerkt op deze dag, maar er is ook zeker veel gelachen.

Op 12 januari sluiten we deze actie af met een bijeenkomst in het Willem II stadion waar de kinderen nog een keer cadeautjes op mogen komen halen. Als we nog speelgoed over hebben delen we dat uit voor-en tijdens de grote zomervakantie, daarmee neemt deze actie bijna een heel jaar in beslag.

Iedereen bedankt! Wanneer je de gezichtjes van de kinderen, ouders en opa’s en oma’s ziet, dan is wel duidelijk waarom we zoiets met z’n allen doen.

Door: Marti de Brouwer

Je zal maar worden opgedeeld…

Afgelopen woensdag was ik namens het CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout aanwezig bij een avond over de verdeling van de gemeente Haaren. De kern Helvoirt wordt per 1 januari 2021 onderdeel van Vught, Haaren gaat naar Oisterwijk, Esch naar Boxtel en Biezenmortel wordt warm opgenomen in onze mooie gemeente. Welkom dus aan de inwoners van Biezenmortel!

Achter de schermen wordt alles bestuurlijk goed voorbereid, daar ben ik na de informatieavond van overtuigd. Er wordt met heel veel wensen van inwoners rekening gehouden, de grenzen worden logisch bepaalt en kernen en gemeenschappen blijven bij elkaar en intact. Maar wat nu als je inwoner bent van Biezenmortel, wat verandert er dan? De gemeentelijke woonlasten, komt het BAT ineens je vuil ophalen en wijzigen de subsidieregelingen. Je moet  naar een ander loket, krijgt je brieven vanuit Tilburg en je praat ineens mee over Tilburgs beleid. Dan kan er dus zomaar heel veel veranderen.

Aan ons als ontvangende gemeente om er voor te zorgen dat niet alleen de bestuurlijke en organisatorische zaken goed worden geregeld en overgedragen. Dat de overgang voor inwoners en verenigingen zo vlekkeloos mogelijk verloopt. Aan ons om er voor te zorgen dat de eigenheid van het dorp behouden blijft en de voorzieningen op peil blijven. Dat de inwoners zich welkom voelen en hulp krijgen waar nodig.

Gelukkig hebben we als CDA fractie het contact al gelegd met onze collega’s in Biezenmortel en Haaren, en hebben we de eerste bespreking hierover al gehad. Na de jaarwisseling gaan we weer terug naar Biezenmortel om met onze collega’s door het dorp te wandelen om zo een beter beeld en geluid te krijgen bij het dorp,  de eigenheid, ambities en de parels.

Langzaamaan wennen wij zo aan de situatie die per 1 januari 2021 gaat ontstaan; wanneer Biezenmortel bij Tilburg gaat horen, en we onze brieven ondertekenen met CDA Tilburg, Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel!

Door: Marcel van den Hoven

Opgelicht aan de deur

De groene telefoon bracht mij een tijdje terug bij een alleenstaande mevrouw op leeftijd. Ze benaderde ons om haar te helpen met een probleem met invalidenparkeerplaatsen, maar tijdens ons gesprek vertelde ze me dat ze een beetje haast had, want ze moest nog gaan pinnen. Vanmiddag werd namelijk bij haar de dakgoot schoongemaakt. Er lag een met pen geschreven briefje op tafel met daarop het bedrag wat ze daarvoor moest betalen. En zoveel contant geld had ze niet in huis.
Behalve dat de dakgoten schoongemaakt werden, waren haar ook zonnepanelen aangeboden. Die waren ergens anders van het dak afgehaald en konden er bij haar worden opgelegd, volgens het bedrijf een koopje. Bij dit verhaal kwamen bij mij veel vragen op. Berekeningen, garanties, aansluitingen, teruglevering, energiemaatschappij ? Ik probeerde deze vragen aan haar te stellen, maar moest concluderen dat de jongeman aan haar voordeur die ochtend een overtuigend verhaal had gehouden. Ze geloofde hem…. Pas na doorvragen werd ze wat kritisch. Misschien had ze toch op basis van wat weinig informatie een beslissing genomen. Ze zou hem nog wat vragen stellen…
Later die middag had ik haar weer aan de telefoon. Ze had de zonnepanelen niet gekocht en was tot de ontdekking gekomen dat het schoonmaken van de dakgoten in haar geval ook veel duurder was geweest dan bij de buren.

Natuurlijk ken ik verhalen van fraude, valse facturen, telefoontjes van iemand die zich voordoet als een medewerker van de bank of de belastingdienst. Maar ik was geschokt om van zo dichtbij mee te maken, dat iemand bijna werd opgelicht. Goedgelovig en naïef, hoe moeten iemand zich hiertegen wapenen. Spontaan aanbod en contant afrekenen? Wees dan heel kritisch, misschien staat er een sluwe oplichter aan uw deur. Vertrouwen in de mede-mens moeten we niet verliezen, maar een kritische blik van tijd tot tijd kan ook geen kwaad.

Door: Ineke Couwenberg

Zichtbaarheid voor verbetering

Als gemeenteraadslid ben je zoveel mogelijk tussen de mensen. Dat is de opvatting van de CDA-fractie. Zichtbaar bij formele en informele netwerken. Tijdens evenementen en allerhande bijeenkomsten. Bij openingen, presentaties en rondleidingen. Een gemeenteraadslid is niet iemand die permanent in het stadhuis bivakkeert, maar juist te vinden is tussen de inwoners van de stad. Daar hoor je wat er leeft. Wat iemand koestert en wat de ergernissen zijn.

Zo trof ik onlangs bij het Circus Circolo een succesvolle Tilburgse ondernemer aan. We praten wat over koetjes en kalfjes, maar later in het gesprek vraagt hij of dit de gelegenheid is om wat zorgen over de stad voor te leggen. Ik bevestig het en bied hem de ruimte om zijn ergernissen te ventileren. In mijn hoofd bedenk ik waar het over kan gaan. Veiligheid op bedrijvenpark, huisvesting van arbeidsmigranten, afval ophalen, snelheid op de Cityring? Nee, hij spreekt zijn verbazing uit over de openingstijden van fietsenstallingen en haast zich om te zeggen dat hij hoopt dat ik er iets aan kan doen. “Waarom is de stalling bij Theaters Tilburg niet geopend tijdens grote evenementen, zoals carnaval en Culinair?” Ik vraag nog of dat alles is. Ja, deze echte Tilburger is verder erg gelukkig in zijn stad. Geen grote onderwerpen, maar kleine zaken die de leefbaarheid in de stad verbeteren. Een goede vraag, die ik maar al te graag verder onderzoek.

Tijdens de bespreking van de begroting vragen we de wethouder om de openingstijden van alle fietsenstallingen tegen het licht te houden. De wethouder doet de toezegging om zich hierin te verdiepen en met voorstellen te komen. Een dag later kopt ook de krant over dit onderwerp. Er komt een onderzoek! Lokale politiek gaat niet alleen over miljoenenprojecten, transities en investeringen. De Tilburger wordt ook gelukkig van kleine onderwerpen, die iets voor hem doen!

Heb jij nog onderwerpen of problemen die je graag met een van onze raadsleden wilt bespreken? Bel of app dan naar de groene telefoon op 06 – 34 85 77 16.

CDA Tilburg. Altijd in de buurt.

Door: Ton Gimbrère