Kerstfeest voor iedereen! 

Als deze blog verschijnt duurt het nog krap een week voordat de Kerstdagen beginnen. Voor velen zijn dit gezellige dagen die we samen met geliefden, kennissen of familie vieren en waarbij de tafel vaak goed gevuld is met allerlei lekkernijen. Dagen om samen met elkaar te genieten van de mooie dingen die het leven ons te bieden heeft. Warmte, geborgenheid, gezelligheid en gezelschap.
Maar we weten allemaal dat die geneugten van het leven niet voor iedereen zijn weggelegd. Er zijn in onze samenleving genoeg mensen die tijdens Kerst niet kunnen genieten van een volle tafel, geborgenheid, gezelligheid of gezelschap.
En natuurlijk kunnen wij als individu of als vereniging niet alle noden van de wereld oplossen, maar we kunnen wel allemaal op onze eigen wijze en naar ons beste eer en geweten proberen er een steentje aan bij te dragen.
Hoeveel moeite is het om iemand die het goed kan gebruiken te verrassen met een lekkere kerststol of andere lekkernij? En hoeveel moeite is het om iemand die alleen is een kaartje te sturen of even te bellen? Maar… hoe mooi zou het zijn als wij allemaal iemand die eenzaam is, iemand die in armoede leeft of iemand die het om welke andere reden dan ook goed kan gebruiken aan onze tafel uit te nodigen. Zo leveren we allemaal een kleine bijdrage aan een beetje warmte, een stukje geborgenheid, een vleugje gezelligheid en aan het soms broodnodige gezelschap. De dankbaarheid die we er voor terugkrijgen zal onbetaalbaar zijn! Dit bevestigde Marti de Brouwer met de speelgoedinzamelingsactie die hij hielp mee te organiseren, waar hij in zijn vorige artikel over schreef.
Aan onze tafel schuift dit jaar mijn vader aan die voor het eerst Kerst alleen moet vieren. Hij heeft het geluk dat zijn kinderen hem beide dagen aan tafel uitnodigen en zo zijn eerste Kerst alleen op deze manier draaglijk proberen te maken. Hij heeft dat geluk wel, maar velen hebben dat niet. Laten we daar dit jaar eens wat extra oog voor hebben en aandacht aan besteden. Een klein gebaar voor een groot geluk!
Ik wens u allen alvast mooie Kerstdagen en een zalig nieuwjaar en zie alstublieft ook om naar hen die dat nodig hebben en verdienen.
Door: Marcel van den Hoven

Het CDA draait er niet omheen

De reparatie van Het Draaiend huis; een investering, maar zeker de moeite waard. Het Draaiend Huis hoort bij Tilburg, net als Koning Willem II, Sky Mirror van Anish Kapoor, de Kruikenzeiker en het kroepoek dak van het station. En ja, het Draaiend Huis moet draaien.. De Kruikenzeiker neem je ook z’n kruik niet af, het Kroepoek-dak wordt nooit een plat dak en als de sculptuur niet meer reflecteert, dan is de glans eraf.

Het Draaiend Huis is onlosmakelijk verbonden aan onze stad. We zetten ons in de markt als stad van experimenten en humor. Een tegendraadse stad. Heb dan ook het lef om iconen die deze waarden zo treffend vertegenwoordigen in stand te houden, en er trots op te zijn.

Iconen kosten geld, maar betalen zich in een veelvoud terug. Mensen waarderen de stad om z’n bijzondere plekjes. Daarom wonen mensen hier graag. En al die bijzondere plekjes trekken ook bezoekers en toeristen van buiten de stad. Gasten in onze stad die eten, drinken, slapen, musea bekijken en inkopen doen; een grote economische waarde.

Het zou pas echt geldverkwisting zijn, als we nu, 10 jaar na dato, de boel opruimen. Wie A zegt moet nu ook D van Draaien zeggen.

Het Draaiend Huis is een stadsentree die bij Tilburg hoort. Een vleugje kermis en een knipoog naar de Efteling. We gaan met het Draaiend Huis over de tong. Als je het mooi vindt, maar ook als je niet mooi vindt. Dat mag natuurlijk. Het waarderen van kunst wordt soms gemakkelijker als je het verhaal erachter kent. Het verhaal van het Draaiend Huis verdient om beter verteld te worden.

Kunnen we met het Draaiend Huis meer dan nu? Ja, wellicht. Een creatieve invulling. Als CDA fractie doen we de suggestie om van het Draaiend Huis een one-room hotel te maken. Een eerste Draaiend Hotel in de wereld dus. Goed voor heel veel extra aandacht en voor extra citymarketing. En voor de volledigheid: met goedkeuring van de meester zelf, kunstenaar John Körmeling.

In een dierentuin toon je geen opgezette dieren. Dan komt er niemand op af. Dieren moeten bewegen. Dan ervaar je het pas echt. Voor het Draaiend Huis geldt dat net zo. Er moet beweging in blijven!

Door: Ton Gimbrère

Burgerparticipatie is niet vanzelfsprekend: een pluim voor de wijkregisseur

In mijn vorige blog schreef ik over inwoners van Tilburg die zoekende zijn om zaken geregeld te krijgen middels een burgerinitiatief. Er waren verschillende vragen die bij mij te binnen schoten.”Wat is de oorzaak dat het niet geregeld wordt? Weten de burgers het juiste loket niet te vinden? Is er wel een loket?” In mijn portefeuille zit onder andere stadsdeel de Reeshof. Vanuit daar heb ik contact gelegd en ben ik in gesprek gegaan met vertegenwoordigers van de gemeente, de omgevingsmanager Reeshof en een van de twee wijkregisseurs voor de Reeshof om aandacht te besteden aan de inwoners van Tilburg. Dit gaf al gelijk antwoord op de vraag of er een loket is; ja dus. Echter geen fysiek loket maar een digitaal loket, alleen bereikbaar via de computer dus. Dan volgde de volgende vraag; hoe bereik je de mensen die geen computer hebben?

Het beeld wat bij de meeste inwoners leeft is dat we aan de ene kant de inwoners hebben en aan de andere kant de gemeente. Vanuit de gemeente is dat ook onderkend en vandaar de introductie van de wijkregisseurs als zogenaamde veldwerkers. Zij fungeren als de verbindende factor tussen het ambtelijke apparaat en de inwoners.

Zo vond eerder een goed gesprek plaats in het bijzijn van een betrokken bewoner. Hier werden diverse onderwerpen besproken die voortvarend zijn opgepakt door de wijkregisseur. De vervallen jeu de boules baan die ik in mijn vorige blogartikel aankaartte kwam hier ook ter sprake. De bestrating is inmiddels hersteld en in het voorjaar komt er een nieuwe laag split op de baan. Een fietspad is opnieuw bestraat en er zijn extra waarschuwingsborden aan het schrikdraad dat ter bescherming van de schaapskudde dient. Twee burgerinitiatieven ontplooid, voor herinrichting groenvoorziening en herinrichting speelweide. Door attent te zijn en aandacht te geven aan de problemen van de inwoners bouwen we aan een gelukkig Tilburg, samen.

CDA Tilburg. Altijd in de buurt.

Door: Hans van de Ven

Vele handen van politici; toch een dag zonder politiek

Het is donderdagochtend 10 minuten voor half 8 wanneer de telefoon gaat. “Zou u dadelijk in de uitzending van radio Brabant kunnen vertellen wat u vandaag gaat doen?” vraagt een vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn. Sinds zo’n 15 jaar probeer ik kinderen die niets krijgen met Sinterklaas toch een cadeautje te geven. In die tijd is dit uitgegroeid tot een actie die zo ongeveer 5.000 cadeautjes naar deze groep kinderen brengt. Eigenlijk had ik gezegd dat ik het niet meer zou doen, maar toen ik door het 4e Geschenk gevraagd werd om dit mee te organiseren dacht ik; “vooruit dan, nog één keer.”

Binnen de gemeenteraad had ik alle politieke partijen gevraagd om afgelopen donderdag samen met nog een aantal andere vrijwilligers het speelgoed uit te zoeken en op leeftijdscategorie bij elkaar te zetten, zodat het winkelen makkelijker werd. Aan deze oproep werd massaal gehoor gegeven en van alle partijen was minimaal 1 persoon aanwezig. Namens het college sloot wethouder Esmah Lahlah aan. Toen we in de middag alles hadden uitgezocht en het ‘winkeltje’ ingericht hadden was het wachten op de eerste kleine bezoekers.

Deze dag was voor mij een feest om mee te maken, alle politieke partijen samen tegen armoede; hoe mooi kan het zijn? Er is hard gewerkt op deze dag, maar er is ook zeker veel gelachen.

Op 12 januari sluiten we deze actie af met een bijeenkomst in het Willem II stadion waar de kinderen nog een keer cadeautjes op mogen komen halen. Als we nog speelgoed over hebben delen we dat uit voor-en tijdens de grote zomervakantie, daarmee neemt deze actie bijna een heel jaar in beslag.

Iedereen bedankt! Wanneer je de gezichtjes van de kinderen, ouders en opa’s en oma’s ziet, dan is wel duidelijk waarom we zoiets met z’n allen doen.

Door: Marti de Brouwer

Je zal maar worden opgedeeld…

Afgelopen woensdag was ik namens het CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout aanwezig bij een avond over de verdeling van de gemeente Haaren. De kern Helvoirt wordt per 1 januari 2021 onderdeel van Vught, Haaren gaat naar Oisterwijk, Esch naar Boxtel en Biezenmortel wordt warm opgenomen in onze mooie gemeente. Welkom dus aan de inwoners van Biezenmortel!

Achter de schermen wordt alles bestuurlijk goed voorbereid, daar ben ik na de informatieavond van overtuigd. Er wordt met heel veel wensen van inwoners rekening gehouden, de grenzen worden logisch bepaalt en kernen en gemeenschappen blijven bij elkaar en intact. Maar wat nu als je inwoner bent van Biezenmortel, wat verandert er dan? De gemeentelijke woonlasten, komt het BAT ineens je vuil ophalen en wijzigen de subsidieregelingen. Je moet  naar een ander loket, krijgt je brieven vanuit Tilburg en je praat ineens mee over Tilburgs beleid. Dan kan er dus zomaar heel veel veranderen.

Aan ons als ontvangende gemeente om er voor te zorgen dat niet alleen de bestuurlijke en organisatorische zaken goed worden geregeld en overgedragen. Dat de overgang voor inwoners en verenigingen zo vlekkeloos mogelijk verloopt. Aan ons om er voor te zorgen dat de eigenheid van het dorp behouden blijft en de voorzieningen op peil blijven. Dat de inwoners zich welkom voelen en hulp krijgen waar nodig.

Gelukkig hebben we als CDA fractie het contact al gelegd met onze collega’s in Biezenmortel en Haaren, en hebben we de eerste bespreking hierover al gehad. Na de jaarwisseling gaan we weer terug naar Biezenmortel om met onze collega’s door het dorp te wandelen om zo een beter beeld en geluid te krijgen bij het dorp,  de eigenheid, ambities en de parels.

Langzaamaan wennen wij zo aan de situatie die per 1 januari 2021 gaat ontstaan; wanneer Biezenmortel bij Tilburg gaat horen, en we onze brieven ondertekenen met CDA Tilburg, Berkel-Enschot, Udenhout en Biezenmortel!

Door: Marcel van den Hoven

Opgelicht aan de deur

De groene telefoon bracht mij een tijdje terug bij een alleenstaande mevrouw op leeftijd. Ze benaderde ons om haar te helpen met een probleem met invalidenparkeerplaatsen, maar tijdens ons gesprek vertelde ze me dat ze een beetje haast had, want ze moest nog gaan pinnen. Vanmiddag werd namelijk bij haar de dakgoot schoongemaakt. Er lag een met pen geschreven briefje op tafel met daarop het bedrag wat ze daarvoor moest betalen. En zoveel contant geld had ze niet in huis.
Behalve dat de dakgoten schoongemaakt werden, waren haar ook zonnepanelen aangeboden. Die waren ergens anders van het dak afgehaald en konden er bij haar worden opgelegd, volgens het bedrijf een koopje. Bij dit verhaal kwamen bij mij veel vragen op. Berekeningen, garanties, aansluitingen, teruglevering, energiemaatschappij ? Ik probeerde deze vragen aan haar te stellen, maar moest concluderen dat de jongeman aan haar voordeur die ochtend een overtuigend verhaal had gehouden. Ze geloofde hem…. Pas na doorvragen werd ze wat kritisch. Misschien had ze toch op basis van wat weinig informatie een beslissing genomen. Ze zou hem nog wat vragen stellen…
Later die middag had ik haar weer aan de telefoon. Ze had de zonnepanelen niet gekocht en was tot de ontdekking gekomen dat het schoonmaken van de dakgoten in haar geval ook veel duurder was geweest dan bij de buren.

Natuurlijk ken ik verhalen van fraude, valse facturen, telefoontjes van iemand die zich voordoet als een medewerker van de bank of de belastingdienst. Maar ik was geschokt om van zo dichtbij mee te maken, dat iemand bijna werd opgelicht. Goedgelovig en naïef, hoe moeten iemand zich hiertegen wapenen. Spontaan aanbod en contant afrekenen? Wees dan heel kritisch, misschien staat er een sluwe oplichter aan uw deur. Vertrouwen in de mede-mens moeten we niet verliezen, maar een kritische blik van tijd tot tijd kan ook geen kwaad.

Door: Ineke Couwenberg

Zichtbaarheid voor verbetering

Als gemeenteraadslid ben je zoveel mogelijk tussen de mensen. Dat is de opvatting van de CDA-fractie. Zichtbaar bij formele en informele netwerken. Tijdens evenementen en allerhande bijeenkomsten. Bij openingen, presentaties en rondleidingen. Een gemeenteraadslid is niet iemand die permanent in het stadhuis bivakkeert, maar juist te vinden is tussen de inwoners van de stad. Daar hoor je wat er leeft. Wat iemand koestert en wat de ergernissen zijn.

Zo trof ik onlangs bij het Circus Circolo een succesvolle Tilburgse ondernemer aan. We praten wat over koetjes en kalfjes, maar later in het gesprek vraagt hij of dit de gelegenheid is om wat zorgen over de stad voor te leggen. Ik bevestig het en bied hem de ruimte om zijn ergernissen te ventileren. In mijn hoofd bedenk ik waar het over kan gaan. Veiligheid op bedrijvenpark, huisvesting van arbeidsmigranten, afval ophalen, snelheid op de Cityring? Nee, hij spreekt zijn verbazing uit over de openingstijden van fietsenstallingen en haast zich om te zeggen dat hij hoopt dat ik er iets aan kan doen. “Waarom is de stalling bij Theaters Tilburg niet geopend tijdens grote evenementen, zoals carnaval en Culinair?” Ik vraag nog of dat alles is. Ja, deze echte Tilburger is verder erg gelukkig in zijn stad. Geen grote onderwerpen, maar kleine zaken die de leefbaarheid in de stad verbeteren. Een goede vraag, die ik maar al te graag verder onderzoek.

Tijdens de bespreking van de begroting vragen we de wethouder om de openingstijden van alle fietsenstallingen tegen het licht te houden. De wethouder doet de toezegging om zich hierin te verdiepen en met voorstellen te komen. Een dag later kopt ook de krant over dit onderwerp. Er komt een onderzoek! Lokale politiek gaat niet alleen over miljoenenprojecten, transities en investeringen. De Tilburger wordt ook gelukkig van kleine onderwerpen, die iets voor hem doen!

Heb jij nog onderwerpen of problemen die je graag met een van onze raadsleden wilt bespreken? Bel of app dan naar de groene telefoon op 06 – 34 85 77 16.

CDA Tilburg. Altijd in de buurt.

Door: Ton Gimbrère

Burgerparticipatie is nog niet zo vanzelfsprekend

Deze week ontving ik een mail van een teleurgestelde inwoner uit de Reeshof. Hij kreeg geen gehoor van de gemeente via de Buitenbeter app om zijn initiatief te bespreken, het renoveren van de jeu de boulesbaan aan de Mastwijkstraat. “Kan het CDA Tilburg iets betekenen?” 

Tijdens een wandeling eind augustus kwam ik langs de jeu de boulesbaan aan de Mastwijkstraat, waar een man druk bezig was met het onkruid wieden op het baantje. Ik maakte een compliment en raakte met hem in gesprek. Hij wilde iets betekenen voor de buurt en had met het opknappen van de jeu de boules baan een start gemaakt. Hij legde uit wat hij nog wilde doen en wat hij nodig had. Ik gaf hem het advies om de BuitenBeter app te gebruiken, waarmee snel en gemakkelijk problemen gemeld kunnen worden bij de gemeente. Ik heb hem mijn visitekaartje gegeven en hem gezegd dat, wanneer dit niet voldoende is, ik altijd in de buurt ben om hem eventueel te helpen.

Een  dag of tien geleden een mailtje; hij had al twee keer een melding gedaan en twee keer een standaard mail ontvangen dat het binnen 14 dagen wordt verholpen en hij zit nu nog te wachten. Deze inefficiënte processen en slechte bereikbaarheid van organisaties kaartte Ineke ook al aan in dit artikel. Een probleem dat verschillende vormen en maten, veel voorkomt.

Belofte maakt schuld, dus heb ik de telefoon ter hand genomen om even de omgevingsmanager te bellen. ‘Even bellen’ bleek toch een onderschatting; inmiddels heb ik vier keer gebeld. Hier heb ik nog steeds geen reactie op, dus ook mail wordt ingezet om iets te kunnen betekenen voor de helper uit Tilburg Reeshof. Zou ik ook een standaard mailtje terugkrijgen? In mijn volgende blogartikel kan ik hier hopelijk meer over vertellen!

CDA Tilburg en de gemeenteraad steunt burgerparticipatie, nu alleen nog het proces zo inrichten dat er een makkelijk bereikbaar loket wordt gecreëerd voor onze inwoners.

Door: Hans van de Ven

Gemeente en politiek, ook voor de basisschoolleerlingen!

Zo’n 5 jaar geleden ben ik gevraagd om een keer in te vallen voor een rondleiding in het Paleis-Raadhuis van Tilburg aan basisschoolleerlingen. Daar ontdekte ik dat kinderen het heel leuk vinden om meer te weten te komen over de gemeente en haar politiek.

Het is dinsdagochtend 9 uur en ik stap het leslokaal van groep 7 van basisschool de Boemerang binnen. Inmiddels ben ik de tel kwijt van het aantal basisscholen dat ik bezocht heb om uitleg te geven over gemeente en politiek.

Zoals gewoonlijk begin ik met de vraag “hoe heet onze Burgemeester?” en ook vandaag wist niemand het. De naam van de premier van Nederland daarentegen, weten ze bijna allemaal.Voor veel mensen voelt gemeentepolitiek als een ‘ver-van-mijn-bed-show’, terwijl het juist zo dichtbij zou moeten staan.

Om die reden vind ik het dan ook belangrijk kinderen hier vroeg bij te betrekken. Een van hun favoriete onderdelen van de dag is het debatteren. Dan kunnen ze helemaal op gaan in een zelf bedachte stelling en zich verdiepen in argumenten van beide kanten. Iets wat ze altijd tot in de puntjes voorbereiden en vaak leidt tot interessante discussies. Dat deze jonge kinderen hier al zo serieus mee bezig kunnen zijn, is iets wat mij in het begin verbaasde, maar waar ik elke keer nog van kan genieten.

De week erna las ik dit artikel, waarin werd aangekondigd dat het kabinet vijf miljoen euro vrijmaakt voor middelbare schoolreisjes naar de Tweede Kamer.

Meteen vraag ik me af of de Tweede Kamer vergeet dat wanneer je topsporter wil worden, je vroeg moet gaan trainen. Begin juist op de basisscholen met uitleg over gemeente en politiek. Daar kun je een mooie basis leggen en zo het vertrouwen en begrip in de politiek naar een beter niveau brengen, en wie weet gaan deze jonge mensen straks wél naar de stembus.

Wij van het CDA Tilburg vinden het in elk geval belangrijk genoeg om hier tijd en energie in te steken.

En het CDA is dus, ook op de basisschool, altijd in de buurt.

Klik op deze link om een leuke sfeerimpressie te krijgen van zo’n bezoek aan de gemeente.

Door: Marti de Brouwer

Toets 1 voor…

Via de groene telefoon kwam ik in contact met een meneer die problemen had met zijn rollator. Hij vertelde me dat hij al meerdere malen had geprobeerd contact te zoeken zoeken met het desbetreffende bedrijf, maar het probleem was nog steeds niet opgelost. Of ik kon helpen…. “Maar natuurlijk!”

Zo gezegd zo gedaan, pakte ik de telefoon om te kijken of ik dit probleem op kon lossen. Even een telefoontje plegen naar dit bedrijf en deze meneer helpen, dat is zo gepiept toch? Niet dus! Blijkbaar zijn het tegenwoordig niet alleen telecombedrijven die werken met een antwoordapparaat, maar zijn ze ook in de zorg geïntroduceerd. Belt u voor vragen over … toets 1. Wilt u meer informatie over … toets 2, en wilt u meer weten over …. kijkt u dan even verder op onze website. Maar wanneer je belt naar een bedrijf, wil je niet op een website kijken, dat heb je al gedaan. Daar kon je het niet vinden of snapte je helemaal niks van. En je wilt al helemaal niet naar een bandje luisteren, omdat je probleem er meestal niet eens tussen staat.

Als we bellen, dan bellen we omdat we geholpen willen worden, iemand willen spreken! Niet om eindeloos naar een bandje te luisteren, zodat we aan het eind van het ‘gesprek’ nog steeds geen steek verder te zijn. En bereikbaarheid is nou juist zo belangrijk wanneer je zorg nodig hebt. Een antwoordapparaat is dan niet de manier om iemand tevreden te stellen, laat staan om verwachtingen te overtreffen. Het is dat we het bedrijf nodig hebben, want marktwerking is in de zorg nog maar minimaal. Anders hadden we allang het keuze menu van de concurrent gekozen..

Zo hopen wij door de groene telefoon wél bereikbaar te zijn voor mensen, en proberen we op deze manier altijd in de buurt te zijn.

Door: Ineke Couwenberg