Zo kan het dus ook

De gesprekken over natuur en met name over bomen wel of niet kappen vragen deze laatste maanden wel heel veel van mijn tijd als raadslid. Hoe je de groene boomkikker, kamsalamander of vleermuis beschermd zijn vragen waar ik me dagelijks mee bezig houdt en veel gesprekken over voer.

Tijdens een van deze gesprekken ontmoet ik Hein, die vertelt over “zijn” bos en hoe hij een bijdrage levert aan de natuur. Wanneer hij me uitnodigt om eens te komen kijken, stem ik uiteraard in. Binnen een paar dagen was de afspraak gemaakt en op een mooie zonnige dag belde ik aan bij het huisje van Hein. Eenmaal binnen weet ik niet precies meer wat Hein allemaal stond te vertellen zo onder de indruk was ik van het uitzicht (zie foto rechts).

Na een kopje koffie wilde ik de rest van het perceel wel eens zien. Er stonden prachtige bomen er waren mooie laantjes en dan plotseling staat daar een Kapelletje, niet groot maar op een of andere manier riep het wel wat bij me op. Nog voor ik iets kan vragen begint Hein te vertellen over dit bouwwerkje:

“In de tweede Wereldoorlog moeten alle studenten een loyaliteitsverklaring onderteken. Als je dat niet deed werd je in voorkomende gevallen op de trein naar Duitsland gezet. Op dit perceel stond toen al een huisje en dat werd bewoond door een 6-tal studenten, waarvan 1 de zoon van de eigenaar is van dit perceel, die deze verklaring niet wilde tekenen en dus onder moesten duiken. Tijdens hun verblijf aldaar bouwden ze een kappelletje dat “gedoopt” werd als Kapel Maria van den Goede Duik. De naam verwijst naar de, hopelijk, goede afloop (zie foto links).”

Na de oorlog verviel het kappelletje snel omdat het gemaakt was door onbehandeld hout wat in het bos gevonden was. Hein heeft in 2018 alles weer in ere laten herstellen, en het Mariabeeld werd hem geschonken door basisschool de Borne.

 

Toen ik net dacht dat we alles wel hadden gehad, kwamen we langs een prachtige zwemvijver, met daarin een grote Kamsalamander en ook groene boomkikkers.

Uiteindelijk komen we langs een perceel dat ingezaaid is met graan niet om te oogsten, maar voor de vogels, de reeën en alle andere dieren die dat lekker vinden. Terwijl we daar nog even staan te kijken zegt Hein; “Ja dit stuk komt er nog bij, dat ga ik aanplanten met bomen om zo het evenwicht  te behouden, want aan de andere kant ga ik nog wat kappen.”

Langzaam maar zeker daalt het bij me in dat Hein een lange termijn visie heeft die hij uitvoert naar wet, eer en geweten. Als ik naar huis fiets denk ik; ja, zo kan het dus ook.

 

Iedereen doet mee!

Iedereen is nodig op de arbeidsmarkt. Omdat je aantoonbaar gelukkiger bent als je ergens bij hoort, een rol hebt, en gewaardeerd wordt. Wanneer we het hebben over de arbeidsmarkt, hoeft daar niet perse een betaalde baan bij te horen, voor sommigen is dat niet haalbaar. Daar komt bij dat we in veel situaties niet weten wat haalbaar is. Dan is een traject waarin iemand met goede begeleiding veilig kan proberen wat hij of zij kan, heel waardevol. Stappen van een paar uur per week en meelopen, naar vrijwilligerswerk, of misschien wel een betaalde baan. Hoe mooi zou dat traject zijn. Bij dit traject is het uitgangspunt dat er gekeken wordt naar wat een individu kan. Dat is het beeld wat ons voor staat in het nieuwe arbeidsparticipatiebeleid.

Hoe mooi is het dat in dit nieuwe Tilburgse beleid van arbeidsparticipatie, de klant centraal staat. Natuurlijk kun je discussiëren of je iemand in de bijstand een klant moet noemen, maar als dat betekent dat de wijze waarop je als gemeente met je inwoners omgaat klantvriendelijk is, dan is deze woordkeuze prima. Het nieuwe beleid is vastgelegd in de nota “Tilburg investeert in perspectief” en gaat in 2020 van start.
De arbeidsmarkt is sterk in beweging en dat gaat de komende jaren niet veranderen. De vraag op de arbeidsmarkt blijft aanhouden vanwege de vergrijzing, ondanks een voorspelde afvlakkende groei. Steeds meer mensen vinden een passende baan. Toch zien we ook dat de gevraagde kwalificaties veranderen. Daarom gaan we in de nieuwe opzet maatwerk leveren, waarbij iedereen een eigen klantregisseur heeft. Iemand met wie je een intensieve relatie hebt, betrokken is en dichtbij staat. Iemand die met je in gesprek gaat, zodat de medewerker van de gemeente weet wat je situatie is, wat je mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, en een plan kan maken. Een plan dat kan bestaan uit een betaalde baan, vrijwilligerswerk, of een zinvolle dagbesteding als uiteindelijk doel.

Solliciteren hoeft dus niet de uitkomst te zijn. Wel dat iemand gezien wordt door de gemeente en er een juist plan van aanpak komt voor iedereen. En voor de mensen waarvoor dat mogelijk is, als doel de bijstand te verlaten. Waarbij natuurlijk het uitgangspunt moet zijn, dat werken loont!

Door: Ineke Couwenberg

Ineke Couwenberg

Aan de burgervader van elke studentenstad

Beste burgervader van elke studentenstad,

Vanavond hebben we samen de tas gepakt, mijn kind en ik. Of moet ik zeggen, mijn volwassen dochter en ik…. Morgen opent het academisch jaar en gaat zij verhuizen naar een andere stad. 

De laatste jaren heb ik, net zoals vele andere ouders ouders, geprobeerd om haar weerbaar te maken. Haar te leren open te staan voor andere mensen, maar ook lief en behulpzaam te zijn. Te groeten met goedemorgen. Zonder naïef te zijn, gevaar op te zoeken en altijd op te letten. Tilburg voelde hierbij vertrouwd. 

En nu draag ik haar over aan een andere stad. Beste burgervader, wilt u met uw stad goed voor haar zorgen? Voor haar veiligheid, omdat u net zoals onze burgemeester alles in het werk stelt om uw stad zo veilig mogelijk te maken. En voor haar humeur, omdat uw stad leefbaarheid net zo belangrijk vindt als wij dat in onze stad doen. En zorgt u ervoor dat ze bij jullie een plek kan vinden waar ze zich net zo thuis zal voelen als in onze stad?

Want ik ben niet meer in de buurt. Ik weet niet meer wanneer ze waar is of wat ze doet met wie. Meer loslaten dan dat, kan niet. Ik weet dat het erbij hoort, dat het goed voor haar is, maar het raakt me in mijn hart. Het ontroert me met tranen. En daarom doe ik deze oproep aan u. Voor mijn kind en voor alle anderen. Zorg voor onze studenten. Dat gun ik ze ook in mijn eigen stad, Tilburg. Laten we goed zorgen voor al onze studenten. Het zijn kinderen van ouders, die ze met pijn in het hart loslaten, in de hoop dat wij ze gastvrij ontvangen..  Zodat ze mooie mensen worden, die voor verbinding zullen zorgen in de toekomst in welke stad dan ook. 

Door: Ineke Couwenberg

Blijf niet mokkend aan de kant staan

Bijna een derde van mijn eerste raadsperiode van vier jaar zit erop.  Het is een tijdrovende, intensieve en interessante rol als volksvertegenwoordiger. Afgelopen week spande de kroon bij de bespreking van de Perspectiefnota. Het was een week van het schrijven van moties, overleg met partijen, het  doorploegen van stapels met jargon doordrenkte beleidsnotities en nachtelijke vergaderuren, zoals Ineke al toelichtte in dit artikel. Karel Glastra van Loon zei ooit: ‘Blijf niet mokkend aan de kant staan, stel een daad en toon je moed.’ Vrijwel iedereen die deze boodschap aanspreekt en zich politiek wil inzetten voor de samenleving, doet dat in eerste instantie in zijn eigen stad. Sommigen zien het als een belangrijke kweekvijver: bijna de helft van de 150 zittende Tweede Kamerleden leerde het politieke vak in de Gemeenteraad.

De misvatting dat er in muffe raadzalen vooral wordt gesproken over onbeduidende zaken zoals het onderhoud van lantaarnpalen is hardnekkig. Het gaat juist vaak over zaken die belangrijk zijn voor veel mensen, zoals jeugd- en thuiszorg, afval en veiligheid. Lokale politici – en dat lot treft ons ook- die zich vier jaar lang inzetten voor de plaatselijke publieke zaak blijven vaak onzichtbaar. Ook de rol van het CDA bij de bespreking van de Perspectiefnota haalde niet de krant. Er is steeds minder journalistieke aandacht voor de lokale politiek. Daarnaast zijn de inwoners steeds moeilijker te bereiken. Niet iedereen leest een krant of zien andere nieuwsmedia, en velen hebben geen idee wat een raadslid doet. Terwijl wij als raadsleden de poortwachters zijn: de vertalers van wensen uit de samenleving in concrete politieke eisen.

Het CDA in Tilburg wil daarom horen wat er in de stad leeft. Als het over ouderenzorg gaat dan leggen wij eerst ons oor te luister bij een ouderenorganisatie, zoals de KBO. Of nog beter: bij een oudere. Zo voelen mensen zich gehoord en worden je argumenten bovendien overtuigender. Daarna lezen we met de opgedane kennis een beleidsstuk en gaan we het debat in. We zetten gezond verstand in, tonen betrokkenheid met onze stad en hebben oog voor de belangen van de inwoners van de dorpen en wijken. En we waken ervoor om ons te laten opslokken door regels en procedures. We brengen overtuigend de opvattingen en gevoelens vanuit Tilburg naar het  gemeentehuis. En we blijven geenszins ‘mokkend aan de kant staan’.

Inbreng vanuit onze volgers, maar ook daarbuiten, is bij ons altijd welkom. Bel of app de groene telefoon op 06 – 34 85 77 16 om direct met ons in contact te komen!

Afval; mag het een onsje meer zijn?

De afgelopen anderhalve maand ben ik bezig geweest met de verbouwing van mijn keuken. Uiteraard levert zo’n klus flink wat afval op, wat ik op verschillende momenten, gescheiden heb aangeleverd. De eerste keer zaten daar vier vuilniszakken met plastic bij die bij het restafval terecht kwamen, wat op zich al vreemd is. Wat me al helemaal verbaasde, was dat ik bij het uitrijden 5 kilo moest afrekenen, à €0,25 per kilo. “Met een aanhangwagen vol met zacht (verpakkings-)plastic haal ik toch nooit 5 kilo?” dacht ik nog. De weken erop ging ik weer lekker verder met knutselen aan de keuken, waarop ik weer het nodige afval produceer om in een volle aanhangwagen naar de milieustraat te brengen.

Wanneer je daar aankomt weeg, je eerst het gehele gewicht in van je auto en vuilnis, wat bij mij 1675 kg aangaf op de display. Vervolgens sta ik mijn vuilnis te lossen en te kletsen met een van de medewerkers, wanneer een mevrouw aan komt rijden die op zoek is naar het groenafval. De vrouw rijdt de weegbrug op zonder iets gelost te hebben en mag, jawel, 5 kilo afrekenen. Na al mijn afval gelost te hebben, rij ik weer de weegbrug op, die het bij inwegen 1665 kg en bij uitwegen 1655 kg op de display laat zien.

Nu begin ik toch serieuze vraagtekens te zetten bij deze weegbrug. Een keer is een incident, bij twee keer is er twijfel, maar bij een derde keer is het structureel.  Ik werd erg nieuwsgierig naar wat er met deze weegbruggen aan de hand was, dus heb ik bij de griffie de vraag uitgezet of deze geijkt en gekoppeld zijn. Na mijn vraag kreeg ik al snel een medewerker van het BAT aan de lijn, die mij vertelde dat dit afgelopen februari nog is gebeurd. Dat de afzonderlijke display bij het inwegen een ander gewicht aangaf dan op de bon vermeld stond, was bij hen niet bekend. Op mijn opmerking dat ik het daarnaast erg vreemd vond dat iedereen 5 kg of een veelvoud daarvan moest afrekenen, kreeg ik te horen dat de bruggen niet zijn gebouwd op per ons te wegen, maar per kilo. Waarom werd hier dan elke keer afgerond op 5 kilo of een veelvoud daarvan? Elke burger vertrouwt erop dat de weging en afrekening eerlijk gaat, echter werden alle bedragen naar boven afgerond. Op 15 april werd door het BAT ingestemd met de regel dat alles naar boven of beneden wordt afgerond in het voordeel van de burger, bij zowel in-als uitwegen. Zou dat dan betekenen dat een vuilniszak met plastic verpakkingsmateriaal, die doorgaans nog geen twee kilo wegen, gratis kan worden gestort? Een maand geleden ging ik deze vraag uitzoeken, door met een auto vol gesorteerd afval, waaronder een vuilniszak met verpakkingsplastic, weg te brengen naar dezelfde milieustraat. Inwegen, lossen, uitwegen…. Weer 5 kilo à €0,25 per kilo mocht ik afrekenen!

Het lijkt er niet op alsof het BAT de afspraak nakomt. Dit wordt uiteraard vervolgd en ik laat de uitkomst hier op de website weten, dus hou het in de gaten. Begin juni heb ik een nieuwe afspraak; ik ben benieuwd!

 

Door: Hans van de Ven

Stadsvijvers even vervuilend als 200.000 auto’s

De stadsvijvers in Nederland stoten gezamenlijk net zoveel schadelijke stoffen uit als 200.000 auto’s. Vijvers hadden al jaren mijn aandacht, misschien omdat er een voor mijn deur ligt en ik daar met het bootje en de kinderen vaar in de zomer. Of omdat ik daar af en toe vis en rivierkreeften vang. Uiteraard spelen die dingen mee, maar in de jaren dat ik in de gemeenteraad zit en dan ook nog woordvoerder groen ben, stel ik regelmatig vragen over de vijvers en het onderhoud.

Op donderdag 16 mei mocht ik aansluiten bij een aantal lezingen op de Universiteit van Delft die over water gingen. Gelukkig mocht ik ook het onderzoek over de uitstoot van Methaan in de vijvers en sloten bijwonen. Tijdens de presentatie ging het over bubbels die je in het water ziet, waarvan ik altijd dacht dat het vissen waren of waterinsecten. Tot mijn grote verbazing zijn dit eigenlijk Methaanbubbels.

De broeikasgassen ontstaan doordat bacteriën in de bodem organisch materiaal opeten. Dit kan bijvoorbeeld bladafval en algen zijn. Maar ook wij dragen bij. “Het voeren van de eendjes en het afspoelen van hondenpoep in de stadsvijver zorgen ook voor een nutriënt rijkere omgeving,” zei onderzoekster Sarian Kosten. Vervolgens wordt de bodem van de vijver steeds rijker aan voedingsstoffen waar de bacteriën op teren. “Er ontstaat een dikke drab op de bodem, er komen ook meer algen en je ziet meer kroos op het wateroppervlak drijven.” Hoe dikker die drab, hoe meer methaanbubbels er ontstaan. De verwachting is dat dit alleen maar toeneemt bij hogere temperaturen.

De vijvers in Tilburg worden de laatste jaren steeds vaker voorzien van een bord  dat zegt ‘Pas op blauwalgen, vermijd watercontact’. Ook zien we veel exotische rivierkreeften en bodem-woelende vissen zoals karpers en brasem.

Hoe dieper de vijver, hoe minder Methaan er naar het oppervlak komt, een dikkere sliblaag geeft meer Methaan dan een dunne laag. De vijvers in de Blaak, want die ken ik het beste, zijn ondiep en hebben een sliblaag van zeker 10 cm. Qua vervuiling niet de ideale vijver dus…

Door: Marti de Brouwer 

Verbeter de wereld, begin bij jezelf

Iedereen heeft het erover; het weer is in de war. In Nederland was het vorig jaar droog en heet. Op overheidsadvies werd het waterverbruik gereduceerd. In de media werd grote bezorgdheid uitgesproken over de opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan ook in ons land. Nu het zo dichtbij lijkt te komen, kunnen we onze ogen er niet meer voor sluiten. Maar wat kunnen wij zelf doen?

Als ik boodschappen ga doen, heb ik voortaan een grote tas bij me, als het even kan pak ik de fiets en onze keuken is veranderd in een mini-milieuparkje om het afval in de juiste bak te deponeren. GFT, plastic, papier, glas en overig afval. Scheiden is ons niet meer vreemd!

Onlangs kwam in het nieuws dat in Tilburg het lekkerste water uit de kraan komt. Ook enkele mineraalwaters zijn getest. Zij smaken niet beter dan ons Gemeentepils. ‘Erg aangenaam’ en ‘fris en mild, met een lange afdronk’ is het oordeel van de jury over ons kraanwater tijdens de Gouden Kraan verkiezing van 2019.  “Kiezen voor kraanwater is de gemakkelijkste manier om duurzaam te doen. Ons kraanwater komt onverpakt uit de kraan en is gezond en lekker,” aldus Marike Bonhof, directielid van Vitens.

In het medewerkersrestaurant en de vergaderruimten van de gemeente Tilburg wordt Spa blauw geschonken. Geen goede keuze vinden wij als CDA-fractie. De CO2-uitstoot van bronwater in een fles is ongeveer drie- tot vijfhonderd keer zo groot als van kraanwater. Voor de productie van een liter bronwater heb je ongeveer drie liter water nodig en een kwart liter olie. De olie is nodig voor het transport per vrachtwagen en voor de verpakking.

Daarom hebben we de wethouder gevraagd om ook in het gemeentehuis Tilburgs water uit een karaf te schenken. Het motto uit 1952  ‘Verbeter de wereld, begin bij jezelf’, van Pater Henri de Greeve is nog altijd actueel. Daarnaast houdt je ook nog eens geld over: voor 43 eurocent krijg je in Tilburg maar liefst 1.000 liter kraanwater. Eén fles Spa Blauw van 1 liter kost ongeveer 67 eurocent.   Dat is 1.558 maal duurder.

Kraanwater is vriendelijk voor het milieu én de portemonnee.  Proost!

Door: Ton Gimbrère

Een boompje opzetten

Onlangs zijn op het landgoed Heidepark veel bomen gekapt. Mag dit zomaar of is daar een vergunning voor nodig? En zelfs als er geen vergunning nodig is, zou je deze 200 jaar oude statige bomen om moeten willen kappen? Lang kon ik hier niet over nadenken, want ik hoorde dat er een rondgang was met diverse organisaties waar ook een landschapsarchitect van de opdrachtgever aanwezig was. De fiets stond klaar en ik ben meteen aangesloten om informatie te verzamelen. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat ook ik schrok van wat ik daar zag. Al snel heb ik gevraagd of er een melding was gedaan naar de provincie, omdat dit volgens de Wet Natuurbescherming (voorheen de Boswet) moet. Uitdunnen mag volgens de wet maar mijn twijfel werd al snel duidelijk, ook de provincie waar deze wet onder valt constateerde dat hier geen sprake was van uitdunnen. Hier volgt dus een boete die kan wel oplopen tot 3.000,- euro. Maar als je de oogst aan bomen ziet, schat ik in dat de opbrengst aan hout een veelvoud hiervan is.  

Wat is hier nu precies fout gegaan? Mijn indruk is dat men ook hier weer vergeten is om met elkaar te communiceren. Wat erg zonde is, aangezien we op zich blij zouden moeten zijn dat dit mooie statige gebouw met  perceel bos en natuur weer in ere hersteld wordt. Toch gaat het wat mij betreft om meer dan alleen het kappen van deze bomen. Op dit landgoed wonen immers diverse diersoorten, zoals vleermuizen en amfibieën, die volgens de Flora en Fauna Wet bescherm worden. 

Twee weken later loop ik door mijn favoriete Kaaistoep en zie ik papieren kokers staan. Uiteraard vraagt ook dit om onderzoek en al snel kom ik tot de conclusie dat er boompjes geplant zijn. Meteen denk ik, zou het hier om de herplantplicht van de kaalslag van 4 jaar geleden gaan?  

Ook hier, buiten 1 A4’tje gestopt achter een boom, is er geen communicatie geweest. Zelfs niet bij dit goeie nieuws. 

Door: Marti de Brouwer. 

Carnaval het hele jaar door

Is het het feest, de verkleedkleren of het feit dat veel mensen een beetje dronken zijn? Ik weet het niet, maar vind het zo mooi om te merken dat we met carnaval allemaal wat aardiger zijn voor elkaar. In de kroeg is het niet zo erg als we tegen elkaar aanlopen, bier over ons heen krijgen of iemand op onze tenen staat. We zijn vrolijk en begrijpen direct dat het allemaal per ongeluk gebeurt. Bovendien praten we zomaar met mensen op een manier waarop we dat in een normale week niet vaak doen. Het is typisch voor carnaval dat we mensen die we al heel lang niet meer hebben gezien, nog eens tegen komen. In deze dagen spreken we onbekenden aan, maken we grappen en hebben we samen lol. Of misschien zingen we alleen maar samen en proosten we naar elkaar. Dat maakt dat we een saamhorigheid voelen die bijzonder is.

Als je midden in de nacht vanuit de stad naar huis fietst, gaan we bij het verkeerslicht ineens met elkaar in gesprek. Daardoor voelen we ons een stuk veiliger. Deze verbondenheid maakt het feest mooi; we zouden een beetje moeten kunnen vasthouden aan de groen-oranje sfeer waarin we deze week verkeren. Dus is mijn goede voornemen na carnaval om wat vaker mensen te groeten die ik niet ken. Of zouden ze me vanaf volgende week dan weer vreemd vinden?

Door: Ineke Couwenberg

Leefbaar en betrokkenheid

Vorige week woensdag organiseerden we als CDA Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout een inloopavond in Berkel-Enschot. Dit was het vervolg op een eerder georganiseerde avond om input te vragen voor het verkiezingsprogramma van de gemeenteraadsverkiezingen. Een jaar na de verkiezingen gingen we terug naar Berkel-Enschot en legden verantwoording af over wat we inmiddels hebben bereikt op de destijds besproken punten.
 
Een mooie mix van jong en oud schoof aan om het gesprek met ons aan te gaan. Wij vertelden over de aandacht die we de afgelopen maanden aan (sport)verenigingen, bereikbaarheid, groenonderhoud en ontwikkelingen rondom het bruisende dorpshart in Berkel-Enschot besteedden. Waar boekten we resultaat en waar mag er een tandje bij? Men was overall niet ontevreden en geïnteresseerd in de ondernomen acties en lopende processen.
We haalden echter ook nieuwe zorgen en wensen op. Te weinig starters- en betaalbare seniorenwoningen, verkeersveiligheid rondom scholen en binding en betrokkenheid van de jeugd aan het dorp. Hoe blijft Berkel-Enschot het levendige dorp dat het was en voorkomen we dat het een slaapdorp wordt? Hoe houden we Berkel-Enschot leefbaar en de mix van jong en oud die aan tafel zat ook in de toekomst in het dorp aanwezig.
De leefbaarheid van het dorp en het binden van de jonge generatie is een gezamenlijke zorg. Jong en oud vond elkaar op dit thema.
De denkbeelden over sociale cohesie in de gemeenschap lagen dicht bij elkaar en verbonden de gesprekspartners. Een plek waar tieners elkaar ontmoeten, jong volwassenen betrokken zijn bij verenigingen, veertigers participeren in het sociale leven en gezorgd wordt voor elkaar en senioren die dat nodig hebben. Sociale cohesie, leefbaarheid en betrokkenheid. Echte thema’s die onze partij, maar ook de mensen raken.
Een gezamenlijk doel verbindt. Ligt daarin dan de oplossing voor het binden van de jeugd en het leefbaar houden van Berkel-Enschot? In ieder geval een thema om als fractie eens nader in te duiken en over in gesprek te blijven met, in dit geval,  Berkel-Enschot. Ik zou me echter zomaar kunnen voorstellen dat deze zorg ook geldt voor ons andere dorp, Udenhout en toekomstige dorp Biezenmortel.
Heeft u nog interessante thema’s die u met ons wilt bespreken? Bel op App de groene telefoon op 06 – 34 85 77 16!
Door: Marcel van den Hoven