1 + 1 = 3

Tijdens de bespreking ‘Startnotitie Cultuurplan 21-24’ heeft de fractie van het CDA een motie ingediend die door een meerderheid in de raad is ondersteund.  De motie vraagt om samenwerking tussen het bedrijfsleven, kunst en cultuur stevig onderdeel te laten uitmaken van het nieuwe Cultuurplan. Een onderwerp waarvoor in de vorige raadsperiode ook Cécile van Berkel zich namens het CDA heeft ingezet.

Veel bedrijven in onze stad leunen op innovatie. Bij de ontwikkeling van producten en diensten is het een continue zoektocht naar vernieuwing, verbetering en aanpassing. Bij kunst denken we aan het vinden van originele invalshoeken en het zien van nieuwe mogelijkheden. Daarom is het interessant om als gemeente in een intermediaire rol de mogelijkheden te faciliteren voor een samenwerking tussen creatieve makers uit de kunst en cultuursector en het bedrijfsleven. Het idee is dat kunst en cultuur en het bedrijfsleven elkaar aanvullen en versterken, en er zo nieuwe energie ontstaat. Energie die zich kan uiten in de vorm van nieuwe ideeën, diensten, producten en visies.

De creatieve makers kunnen op hun beurt ondersteund worden door het bedrijfsleven bij het verkrijgen van subsidies, het opstellen van een businessplan of de introductie in een interessant netwerk. De Tilburgse vertaling van  1 + 1 = 3!

Door: Ton Gimbrère

Tilburgerschap

Gemeenschapszin, optimisme en geloven dat je in verbinding met de mensen om je heen samen de stad kunt maken. In deze begroting wordt dat ‘Tilburgerschap’ genoemd. Je hoort erbij en doet mee! Het gaat over de kracht van gezinnen, verenigingen, scholen, sportclubs, kerken en zo veel andere organisaties. En daarbij een betrokken stadsbestuur dat ruimte biedt aan initiatieven vanuit de stad en burgers actief betrekt bij de besluitvorming. In deze begroting nodigen we iedereen uit om daaraan deel te nemen. Maar we kunnen zoiets niet over de schutting gooien naar de inwoners van de stad. Het is een opdracht voor ons om mensen daartoe uit te nodigen, soms te verleiden en ze bovenal in staat te stellen een rol te pakken in het maken van deze stad.

De belangrijkste voorwaarde hiervoor is bestaanszekerheid. Alleen als je eigen basis op orde is, kun je beginnen om samen de stad te maken. Het bestaanszekerheid beleid staat in de stijgers. Wij staan achter deze gedurfde keuzes en geloven in een aanpak op maat. Niet waar iemand recht op heeft, maar waar hij mee geholpen is moet centraal staan. En er is in 2020 voldoende geld gereserveerd om dit waar te maken.

Wij maken ons zorgen om de toenemende druk op de “dragende middengroep”. Er zijn zoveel mensen in onze stad die elke dag als een circusartiest alle ballen in de lucht moeten houden. Van een alleenstaande, werkende moeder die voor haar kinderen zorgt en haar ouders ondersteunt, kunnen we niet verwachten dat ze ook nog een initiatief in de wijk oppakt. Van jonge werkende ouders, die beiden een volle werkweek hebben om de kosten van opgroeiende kinderen en hun woonlasten te kunnen betalen evenmin. Ik noem ook de vrijwilligers die zorgen dat sportverenigingen elke week weer draaien, die steeds meer klussen zelf op moeten pakken omdat er te weinig hulp is, en als dank verrot gescholden worden door ouders die vinden dat ze recht hebben op alles omdat ze toch contributie betalen. Mantelzorgers, die naast hun werk en soms eigen gezin de zorg hebben voor iemand die ook van hen afhankelijk is, ervaren een enorme druk.

Deze groepen mensen worden wel benoemd in de begroting, maar we vinden te weinig terug wat we gaan doen om hen te ontlasten. Voor deze groepen zouden wij graag meer willen doen. Wij zullen bij de beoordeling van alle voorstellen die we komend jaar tegemoetzien, deze groep mensen voor ogen houden.  En we roepen het college op dat ook te doen!

We zien dat wethouders hun wijkwethouderschap wisselend invullen. Wij roepen alle wethouders op vier keer per jaar op bezoek gaan in hun wijken. Een gesprek met de wijkraden en aanwezig zijn bij de burgers. Dat werkt twee kanten op. De inwoners zien dat de betrokkenheid er is, maar het feit dat er steeds weer een afspraak is, legt ook extra druk bij de wethouder om voortgang te realiseren.

Waar Tilburgerschap ook tot uiting zou moeten komen is in de openbare ruimte. Wat ons betreft is het een hele goede stimulans om de inwoners meer verantwoordelijkheid te geven voor de openbare ruimte. Wij willen actiever sturen op hun ‘Right to Challenge’ bij bijvoorbeeld groenonderhoud. Er zijn genoeg bewoners met wensen voor verbeteringen in hun omgeving en het samen onderhouden van een speelplek, moestuin of ontmoetingsplek. Dit is ook positief voor de sociale basis, maar toch is dit nog nooit gerealiseerd. Dat vraagt iets van ons. De basishouding bij dit soort initiatieven moet zijn: Hoe kunnen we dit mogelijk maken? We moeten voorkomen dat we uit angst dat er iets misgaat, mooie initiatieven afkappen. Wij vragen de wethouder om zelfbeheer in de openbare ruimte actief te gaan stimuleren.

Het is belangrijk dat we er alles aan doen om de binnenstad zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor bezoekers. We hebben die bezoeker nodig om de stad te blijven die we zijn, maar investeren in de binnenstad kan niet voor elke prijs. In onze beleidsregels is vastgelegd dat we duidelijk in beeld blijven houden wat de kosten voor onze maatschappelijke gebouwen zijn, door juiste huurprijzen door te rekenen. Partners in de stad mogen dan een bijdrage verwachten in de vorm van subsidie. Dat vinden wij een juiste benadering die een eerlijk speelveld garandeert. En dat eerlijke speelveld is noodzakelijk omdat commerciële- en maatschappelijke activiteiten vaak door elkaar heen lopen. Dat is ook nodig voor toekomstige investeringen. Daarom vragen wij de wethouder om de investeringen die gedaan worden in de Nieuwe Vorst en het businessplan wat er moet komen voor de hall of Fame ook op deze manier in te richten.

Onze fractie heeft veel ambities en ideeën voor Tilburg, maar we zien ook onzekerheden in de financiële situatie. Daarom zullen wij in deze begrotingsbehandeling niet met nieuwe initiatieven komen die geld kosten, zonder aan te geven waar we dan mee kunnen stoppen. We roepen andere fracties op dit ook te doen. Om dit goed te kunnen doen is het noodzakelijk om meer inzicht te krijgen in bestaande zaken. Daarom vragen wij de wethouder om een tweetal zaken in de begroting anders te gaan doen.

Ten eerste de administratieve bijstellingen. Dit zijn gigantische verschuivingen waardoor we niet meer kunnen vergelijken met voorgaande en toekomstige jaren. Hierdoor is het onmogelijk om onze controlerende rol juist te vervullen.

Ten tweede willen we zien wat de totale kosten zijn die horen bij een taak of activiteit, niet alleen de voor en nadelen ten opzichte van vorig jaar. Wij vragen de wethouder om daaraan te werken om in de toekomst niet alleen te kunnen zien wat werkt en wat de impact heeft die we nodig hebben in de stad, maar ook wat de complete uitgaven zijn, zodat we de juiste keuzes kunnen maken.

Er gebeurt zoveel moois in onze stad, in het verenigingsleven en in de buurten. We kijken naar elkaar om, helpen anderen door iets op te rapen, de deur open te doen, goedemorgen te zeggen of gewoon spontaan hulp aan te bieden. Daarmee maken we samen onze stad. Iedereen die in deze stad woont en zich inspant om er met zijn medebewoners een thuis van te maken, hoort erbij. De gemeente kan daar een bijdrage aan leveren, door ondersteunend op te treden, door duidelijk te maken wat niet wordt geaccepteerd, wat burgers zelf kunnen regelen en wat ze van de gemeente mogen verwachten, dat zien we in deze begroting. Dat is Tilburgschap waar we trots op zijn.

Door: Ineke Couwenberg

De Tilburgse ouderen

Een van de belangrijkste punten in ons verkiezingsprogramma was het ouderenbeleid. Na lange coalitieonderhandelingen kreeg dit niet zonder slag of stoot een plaats in het bestuursakkoord. Maar ouderen zijn geen uniforme doelgroep. Voor een deel zijn het juist de Tilburgers die met hun vrijwillige inzet onze samenleving dragen. Of juist de groep die qua leeftijd zou horen bij het ouderenbeleid, maar met de ogen van een vijftiger naar het leven kijkt. Preventief beleid, zoals die nu is opgenomen in het bestuursakkoord, kan er voor zorgen dat zij niet in de situatie komen waarin we nu een deel van de ouderen in onze stad aantreffen. Eenzaam, met het gevoel dat ze er niet meer bij horen. Dat willen we voorkomen, en daar gaan we wat aan doen.

Deze verschillen onder ouderen maken dat het lastig is om compleet en concreet te zijn in dit beleid. Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Deze integrale kijk op ouderen geeft richting. Het is noodzakelijk om voldoende oog te hebben voor deze groep in onze stad. Dit beleid vast stellen helpt ons om op alle andere beleidsgebieden, zoals wonen, fysieke leefomgeving, veiligheid en communicatie… Maar vooral meer aandacht te hebben voor de problematiek van ouderen in hun wijk.

Wij ondersteunen de door de wethouder gekozen lijn om te investeren in preventieve huisbezoeken. Hierbij is het belangrijk om dat niet simpelweg aan leeftijd te koppelen, maar vooral aan iemands levensfase. Juist omdat we hiermee de groep die we niet zien maar wel onze hulp nodig heeft in beeld krijgen. Ook omdat wij denken dat het de beste manier is om een preventieve aanpak in te kunnen zetten.

Het CDA staat voor een gespreide verantwoordelijkheid. Zo levert iedere inwoner een unieke bijdrage aan de stad. De rol van ons als gemeente is om mensen vertrouwen te geven dat ze goed zijn in wat ze doen. Wanneer we de huisbezoeken organiseren, moeten we dus beginnen bij wat er al is. Niet bedenken vanuit het gemeentehuis of contour de Twern hoe het zou moeten. Laat dat dicht bij de mensen zelf!

Wij geloven in een aanpak binnenin de wijk. Alleen als we aansluiten bij wat er gebeurt in een wijk, kunnen we de energie die er is in beweging krijgen. Dan maken we stappen vooruit.

Het wekelijkse Vragenuurtje tijdens de Gemeenteraad

Iedere maandag om 18:00 uur staat het Vragenuurtje op de agenda van de Gemeenteraad. Het Vragenuurtje is bedoeld om als raadslid snel van het College een uitspraak te krijgen over onderwerpen die op dat moment in de actualiteiten spelen. Juist doordat de onderwerpen die hier aanbod komen zo actueel zijn, denk ik dat dit de lokale politiek voor veel inwoners een stuk tastbaarder maakt. Iets dat wordt bevestigd als ik zie hoeveel mensen er online meekijken tijdens het Vragenuurtje.  

Als fractie willen we ‘Altijd in de Buurt’ zijn. Uit die contacten met inwoners komen onderwerpen naar voren die we voorleggen aan het College tijdens dit Vragenuurtje. We zetten onze tanden in allerlei onderwerpen, pakken problemen aan en stellen er vragen over. In sommige gevallen leidt dat tot een publicatie in de krant, zodat we onze rol als actieve CDA-fractie ook aan de stad kunnen tonen. Het mes snijdt dan aan twee kanten! Onderwerpen die recentelijk door ons onder de aandacht zijn gebracht tijdens het Vragenuurtje: veiligheid in de nieuwe wijk Willemsbuiten, de kwaliteit van het zwemwater in de Piushaven, misstanden bij taxichauffeurs, veiligheid van huifkarren op de openbare weg, gebruik van NL-Alert en het toenemend aantal fietsers in de winkelstraten, zoals de Heuvelstraat.

Heb je voor ons een tip: bel of App de Groene CDA-telefoon via 06 – 34 85 77 16 of een van de fractieleden.

Wil je ook eens meekijken tijdens het Vragenuurtje? Dat kan iedere maandagavond om 18.00 uur via: https://www.raadtilburg.nl/

Debat: bestaanszekerheid deel 2

Geen kind in Nederland hoeft op straat te slapen vanwege geldgebrek. En je kan gewoon naar school en naar de dokter. Toch is er kinderarmoede in Nederland. En dat probleem is behoorlijk groot. Volgens het CBS gaat het om 1 op de 9 kinderen en in Tilburg hoor ik zelfs nog hogere aantallen.  Kinderen die maar een maaltijd per dag krijgen, geen warme winterjas hebben en op hun verjaardag niet kunnen trakteren. Kinderen die elke dag geconfronteerd worden met geldgebrek van hun ouders en alle stress die daar bij komt kijken.

Maandag 21 oktober werd het visiedocument van Bestaanszekerheid behandeld. Veel moties werden ingediend, waaronder de motie van het CDA over de Klijnsma-gelden. De Klijnsma-gelden is budget wat van de overheid aan de gemeente is toegekend om kinderen in armoede extra te kunnen ondersteunen. Omdat kinderen niet de dupe mogen zijn van armoede van hun ouders en omdat armoede niet van generatie op generatie doorgeven moet worden. Het bedrag dat wij hiervoor extra voor krijgen is geen willekeurig bedrag, maar berekend op basis van het aantal kinderen dat in Tilburg in armoede opgroeit.

Onze oproep aan het college was:

  • Het bedrag van € 850.000 het komende jaar te reserveren als extra geld voor kinderen die in armoede leven.
  • Om per kwartaal aan de raad een globale terugkoppeling van de uitgaven te geven.

Het enige dat het CDA met deze motie vraagt is om dit geld dat voor hen bedoeld is, ook aan hen boven op de bestaande middelen uit te geven. Op de motie werden geen vragen gesteld en hij is dan ook door wethouder Lahlah overgenomen.

Het CDA vind dat er werk gemaakt moet worden om armoede in Tilburg te verminderen en ziet met Bestaanszekerheid hier een kans. We zullen het kritisch volgen en daar waar we zien dat het niet werkt of Tilburgers de dupe worden van dit beleid ingrijpen. Zo hebben we op maandag in het VragenHalfUurtje vragen gesteld over de te verwachten tekorten op de Bijstand en wat de consequenties hiervan zijn op het perspectief van deze groep.

Door: Marti de Brouwer

75 jaar gemeenteraad

Tilburg viert, herdenkt, maakt muziek en vertelt verhalen in de komende maanden over 75 jaar bevrijding en vrijheid. Een uitnodigend en tot nadenken stemmend programma voor jong en oud, met als doel de impact van de oorlog over te brengen.

Als gemeenteraad geven wij aan deze viering een eigen invulling: met respect voor het verleden, aandacht voor het heden en dromen over de toekomst. Want de democratie is kwetsbaar. In Tilburg is op 5 november 1945 de rechtstaat hersteld door het benoemen van de gemeenteraad. En nu, 75 jaar later, vormen wij de gemeenteraad die dagelijks en in alle vrijheid de stad mag vertegenwoordigen.  Een feit om bij stil te staan en te vieren.

Het onderwerp 75 jaar gemeenteraad in Tilburg, in samenhang met de bevrijding, geeft een natuurlijke en mooie aanleiding om met name jongeren van 12 tot 18 jaar dit verhaal nu te vertellen. Over vrijheid, democratie en durven zijn wie je bent. Thema’s die 75 jaar later nog steeds hoogst actueel zijn en we moeten koesteren. Vooral bij de jongere generatie loert het gevaar dat vrijheid en democratie als een vanzelfsprekendheid wordt ervaren. Dat is het niet en dat kunnen we niet vaak genoeg benadrukken.

Het initiatiefvoorstel is ook een eerbetoon aan burgemeester, wethouders en raadsleden uit de oorlogsjaren, die een bijdrage hebben geleverd aan de bevrijding en zelf dierbaren hebben verloren. Mensen zoals burgemeester van de Mortel, die op 5 november 1945 de lokale democratie in Tilburg herstelt door de eerste vergadering te openen.

Het gezin van de Mortel is tijdens de oorlog zwaar getroffen. Zoon Joost is verzetsstrijder, helpt geallieerde piloten en verzorgt onderduikers. Hij raakt  betrokken bij de verspreiding van het verzetsblad Trouw en wordt gearresteerd. Hij gaat naar Kamp Vught en krijgt de doodstraf. In december 1944 krijgt de dochter van de burgemeester en paardrij-ongeluk en overlijdt. De gefusilleerde Trouw-verspreiders worden op 9 augustus 1946, twee jaar na dato, op de plek des onheils herdacht. Burgemeester Van de Mortel, de vader van Joost, is een van de sprekers.

Ik citeer: “Wij kunnen hen niet beter eren dan door met een opgeheven hoofd, opgewekt verder te gaan en onze taak te vervullen.”

We kunnen zijn woorden zien als een oproep aan de gemeenteraad. Woorden die 75 jaar later nog hoogst betekenisvol zijn. Vanuit het CDA willen we iedereen bedanken die het initiatiefvoorstel heeft gesteund met advies en aanvullingen.

Door: Ton Gimbrère

Zo kan het dus ook

De gesprekken over natuur en met name over bomen wel of niet kappen vragen deze laatste maanden wel heel veel van mijn tijd als raadslid. Hoe je de groene boomkikker, kamsalamander of vleermuis beschermd zijn vragen waar ik me dagelijks mee bezig houdt en veel gesprekken over voer.

Tijdens een van deze gesprekken ontmoet ik Hein, die vertelt over “zijn” bos en hoe hij een bijdrage levert aan de natuur. Wanneer hij me uitnodigt om eens te komen kijken, stem ik uiteraard in. Binnen een paar dagen was de afspraak gemaakt en op een mooie zonnige dag belde ik aan bij het huisje van Hein. Eenmaal binnen weet ik niet precies meer wat Hein allemaal stond te vertellen zo onder de indruk was ik van het uitzicht (zie foto rechts).

Na een kopje koffie wilde ik de rest van het perceel wel eens zien. Er stonden prachtige bomen er waren mooie laantjes en dan plotseling staat daar een Kapelletje, niet groot maar op een of andere manier riep het wel wat bij me op. Nog voor ik iets kan vragen begint Hein te vertellen over dit bouwwerkje:

“In de tweede Wereldoorlog moeten alle studenten een loyaliteitsverklaring onderteken. Als je dat niet deed werd je in voorkomende gevallen op de trein naar Duitsland gezet. Op dit perceel stond toen al een huisje en dat werd bewoond door een 6-tal studenten, waarvan 1 de zoon van de eigenaar is van dit perceel, die deze verklaring niet wilde tekenen en dus onder moesten duiken. Tijdens hun verblijf aldaar bouwden ze een kappelletje dat “gedoopt” werd als Kapel Maria van den Goede Duik. De naam verwijst naar de, hopelijk, goede afloop (zie foto links).”

Na de oorlog verviel het kappelletje snel omdat het gemaakt was door onbehandeld hout wat in het bos gevonden was. Hein heeft in 2018 alles weer in ere laten herstellen, en het Mariabeeld werd hem geschonken door basisschool de Borne.

 

Toen ik net dacht dat we alles wel hadden gehad, kwamen we langs een prachtige zwemvijver, met daarin een grote Kamsalamander en ook groene boomkikkers.

Uiteindelijk komen we langs een perceel dat ingezaaid is met graan niet om te oogsten, maar voor de vogels, de reeën en alle andere dieren die dat lekker vinden. Terwijl we daar nog even staan te kijken zegt Hein; “Ja dit stuk komt er nog bij, dat ga ik aanplanten met bomen om zo het evenwicht  te behouden, want aan de andere kant ga ik nog wat kappen.”

Langzaam maar zeker daalt het bij me in dat Hein een lange termijn visie heeft die hij uitvoert naar wet, eer en geweten. Als ik naar huis fiets denk ik; ja, zo kan het dus ook.

 

Iedereen doet mee!

Iedereen is nodig op de arbeidsmarkt. Omdat je aantoonbaar gelukkiger bent als je ergens bij hoort, een rol hebt, en gewaardeerd wordt. Wanneer we het hebben over de arbeidsmarkt, hoeft daar niet perse een betaalde baan bij te horen, voor sommigen is dat niet haalbaar. Daar komt bij dat we in veel situaties niet weten wat haalbaar is. Dan is een traject waarin iemand met goede begeleiding veilig kan proberen wat hij of zij kan, heel waardevol. Stappen van een paar uur per week en meelopen, naar vrijwilligerswerk, of misschien wel een betaalde baan. Hoe mooi zou dat traject zijn. Bij dit traject is het uitgangspunt dat er gekeken wordt naar wat een individu kan. Dat is het beeld wat ons voor staat in het nieuwe arbeidsparticipatiebeleid.

Hoe mooi is het dat in dit nieuwe Tilburgse beleid van arbeidsparticipatie, de klant centraal staat. Natuurlijk kun je discussiëren of je iemand in de bijstand een klant moet noemen, maar als dat betekent dat de wijze waarop je als gemeente met je inwoners omgaat klantvriendelijk is, dan is deze woordkeuze prima. Het nieuwe beleid is vastgelegd in de nota “Tilburg investeert in perspectief” en gaat in 2020 van start.
De arbeidsmarkt is sterk in beweging en dat gaat de komende jaren niet veranderen. De vraag op de arbeidsmarkt blijft aanhouden vanwege de vergrijzing, ondanks een voorspelde afvlakkende groei. Steeds meer mensen vinden een passende baan. Toch zien we ook dat de gevraagde kwalificaties veranderen. Daarom gaan we in de nieuwe opzet maatwerk leveren, waarbij iedereen een eigen klantregisseur heeft. Iemand met wie je een intensieve relatie hebt, betrokken is en dichtbij staat. Iemand die met je in gesprek gaat, zodat de medewerker van de gemeente weet wat je situatie is, wat je mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, en een plan kan maken. Een plan dat kan bestaan uit een betaalde baan, vrijwilligerswerk, of een zinvolle dagbesteding als uiteindelijk doel.

Solliciteren hoeft dus niet de uitkomst te zijn. Wel dat iemand gezien wordt door de gemeente en er een juist plan van aanpak komt voor iedereen. En voor de mensen waarvoor dat mogelijk is, als doel de bijstand te verlaten. Waarbij natuurlijk het uitgangspunt moet zijn, dat werken loont!

Door: Ineke Couwenberg

Ineke Couwenberg

Aan de burgervader van elke studentenstad

Beste burgervader van elke studentenstad,

Vanavond hebben we samen de tas gepakt, mijn kind en ik. Of moet ik zeggen, mijn volwassen dochter en ik…. Morgen opent het academisch jaar en gaat zij verhuizen naar een andere stad. 

De laatste jaren heb ik, net zoals vele andere ouders ouders, geprobeerd om haar weerbaar te maken. Haar te leren open te staan voor andere mensen, maar ook lief en behulpzaam te zijn. Te groeten met goedemorgen. Zonder naïef te zijn, gevaar op te zoeken en altijd op te letten. Tilburg voelde hierbij vertrouwd. 

En nu draag ik haar over aan een andere stad. Beste burgervader, wilt u met uw stad goed voor haar zorgen? Voor haar veiligheid, omdat u net zoals onze burgemeester alles in het werk stelt om uw stad zo veilig mogelijk te maken. En voor haar humeur, omdat uw stad leefbaarheid net zo belangrijk vindt als wij dat in onze stad doen. En zorgt u ervoor dat ze bij jullie een plek kan vinden waar ze zich net zo thuis zal voelen als in onze stad?

Want ik ben niet meer in de buurt. Ik weet niet meer wanneer ze waar is of wat ze doet met wie. Meer loslaten dan dat, kan niet. Ik weet dat het erbij hoort, dat het goed voor haar is, maar het raakt me in mijn hart. Het ontroert me met tranen. En daarom doe ik deze oproep aan u. Voor mijn kind en voor alle anderen. Zorg voor onze studenten. Dat gun ik ze ook in mijn eigen stad, Tilburg. Laten we goed zorgen voor al onze studenten. Het zijn kinderen van ouders, die ze met pijn in het hart loslaten, in de hoop dat wij ze gastvrij ontvangen..  Zodat ze mooie mensen worden, die voor verbinding zullen zorgen in de toekomst in welke stad dan ook. 

Door: Ineke Couwenberg

Blijf niet mokkend aan de kant staan

Bijna een derde van mijn eerste raadsperiode van vier jaar zit erop.  Het is een tijdrovende, intensieve en interessante rol als volksvertegenwoordiger. Afgelopen week spande de kroon bij de bespreking van de Perspectiefnota. Het was een week van het schrijven van moties, overleg met partijen, het  doorploegen van stapels met jargon doordrenkte beleidsnotities en nachtelijke vergaderuren, zoals Ineke al toelichtte in dit artikel. Karel Glastra van Loon zei ooit: ‘Blijf niet mokkend aan de kant staan, stel een daad en toon je moed.’ Vrijwel iedereen die deze boodschap aanspreekt en zich politiek wil inzetten voor de samenleving, doet dat in eerste instantie in zijn eigen stad. Sommigen zien het als een belangrijke kweekvijver: bijna de helft van de 150 zittende Tweede Kamerleden leerde het politieke vak in de Gemeenteraad.

De misvatting dat er in muffe raadzalen vooral wordt gesproken over onbeduidende zaken zoals het onderhoud van lantaarnpalen is hardnekkig. Het gaat juist vaak over zaken die belangrijk zijn voor veel mensen, zoals jeugd- en thuiszorg, afval en veiligheid. Lokale politici – en dat lot treft ons ook- die zich vier jaar lang inzetten voor de plaatselijke publieke zaak blijven vaak onzichtbaar. Ook de rol van het CDA bij de bespreking van de Perspectiefnota haalde niet de krant. Er is steeds minder journalistieke aandacht voor de lokale politiek. Daarnaast zijn de inwoners steeds moeilijker te bereiken. Niet iedereen leest een krant of zien andere nieuwsmedia, en velen hebben geen idee wat een raadslid doet. Terwijl wij als raadsleden de poortwachters zijn: de vertalers van wensen uit de samenleving in concrete politieke eisen.

Het CDA in Tilburg wil daarom horen wat er in de stad leeft. Als het over ouderenzorg gaat dan leggen wij eerst ons oor te luister bij een ouderenorganisatie, zoals de KBO. Of nog beter: bij een oudere. Zo voelen mensen zich gehoord en worden je argumenten bovendien overtuigender. Daarna lezen we met de opgedane kennis een beleidsstuk en gaan we het debat in. We zetten gezond verstand in, tonen betrokkenheid met onze stad en hebben oog voor de belangen van de inwoners van de dorpen en wijken. En we waken ervoor om ons te laten opslokken door regels en procedures. We brengen overtuigend de opvattingen en gevoelens vanuit Tilburg naar het  gemeentehuis. En we blijven geenszins ‘mokkend aan de kant staan’.

Inbreng vanuit onze volgers, maar ook daarbuiten, is bij ons altijd welkom. Bel of app de groene telefoon op 06 – 34 85 77 16 om direct met ons in contact te komen!