Afsluitend debat chroom-6

Voorzitter,

Ik wil beginnen met nog eens ons medeleven uit te spreken naar de betrokkenen. Vandaag kijken we terug op een zwarte bladzijde uit de Tilburgse geschiedenis.

Wij moeten er vandaag als raad voor zorgen dat zoiets nooit meer kan gebeuren. En dat voelt als een last op onze schouders; wanneer doen we het goed? Goed genoeg om voor huidige en toekomstige Tilburgers te garanderen, dat zij nooit meer in zo’n situatie terecht komen?

Het is nog kort geleden. We zijn pas 8 jaar verder, maar toch lijkt het nu zoveel later omdat we zoveel meer weten. Inmiddels is chroom-6 en de schadelijkheid ervan bij iedereen bekend. Maar ook zijn onze arbeidsomstandigheden en de zorg voor onze gezondheid op een ander niveau geworteld in de maatschappij. Dat maakt dat wij nu met de ogen van vandaag terugkijken naar de situatie van toen.  Dat moeten we niet doen, want dat is een verantwoordelijkheid die we achteraf niet bij bestuurders neer kunnen leggen.

Welke verantwoordelijkheid dragen deze bestuurders dan wel? Zij waren immers verantwoordelijk voor de opzet en de uitvoering van het tROM traject. Het rapport is hier duidelijk over. Wij hadden effectieve maatregelen moeten nemen om de stofblootstelling bij het schuurwerk te voorkomen en dat hebben we onvoldoende gedaan.

En als ik de RI&E rapportages lees, dan zitten daar signalen in met betrekking tot de arbeidsomstandigheden. Als werkgever voel je je verplicht om dit op te pakken en dat is niet gebeurd. Geen systematisch uitgevoerd arbozorgsysteem volgend de ARbo wet. Er bestond weinig besef voor het belang hiervan bij het management en daarvoor draagt de gemeente verantwoordelijkheid.

Dat de uitvoering als een dwingend regime werd ervaren, was een gevolg van de Wet. De politiek en ook de algemene mening was dat er in dit soort gevallen een harde hand nodig was. Maar hiermee was er natuurlijk geen goedkeuring om mensen in slechte arbeidsomstandigheden te laten werken, onheus te bejegenen en te intimideren. Terwijl ook dat is gebeurd.

Er waren ook andere verantwoordelijken, waarbij de NS, waar de kennis over het gevaar van Chroom-6 wel degelijk aanwezig was, volgens ons wel de meeste verantwoordelijkheid draagt.  Met deze kennis sloten zij een samenwerkingsovereenkomst met anderen partijen zonder deze informatie te delen. Dat is wat ons betreft onvergeeflijk.

Het is voor ons duidelijk dat direct na het bekend worden van de aanwezigheid van Chroom-6, het college daadkrachtig heeft gehandeld. Zij hebben verantwoordelijkheid genomen en alles in het werk gesteld  om ervoor te zorgen dat de onderste steen boven kwam.  Hierbij is gekozen voor onafhankelijkheid en openbaarheid.  Dat was een juiste keuze, de enige juiste keuze. Een ervaren onderzoeksbureau, een onafhankelijke commissie, hebben hun werk gedaan. De inzet van onze ambtenaren bij dit proces was buitengewoon. Daar hebben we veel waardering voor, niet alleen voor de inzet qua uren, maar ook voor hun betrokkenheid. Dit alles heeft geleid tot een financiële regeling voor de betrokkenen, die door hen als onvoldoende werd ervaren maar door de publieke opinie in Nederland als genereus werd beoordeeld. Wij zijn dan ook van mening dat het college niets verwijtbaar is.

De resultaten uit het rapport zijn duidelijk.  De verantwoordelijkheid dragen wij, maar verwijtbaar is het niet. Dat staat los van het feit dat we moeten leren van deze zwarte bladzijde, dit mag nooit meer gebeuren.

Wat moeten we hier van leren. En dat gaat niet alleen over werk en inkomen, het gaat over alle taken van een gemeente, die we zelf doen en waar we anderen voor inschakelen. In een samenleving, waarin steeds meer dingen gedecentraliseerd worden naar de gemeente.

Wat betekent dit voor onze projecten op afstand? Dan hebben degenen die de verantwoordelijkheid moeten dragen de neiging om alles dicht te regelen met procedures. Op welke manier organiseren we de administratieve organisatie, kwaliteitscontrole en arbeidsomstandigheden van projecten op afstand? Volledig dichtgetimmerd. Lange wachttijden, traagheid; een log orgaan. Dat kan niet! En dat willen we niet!

Juist omdat we willen dat we werken met proeftuinen, projecten met impact en maatwerk. Niet alles dicht geregeld en procedureel helemaal vast, maar mogelijkheden om toe doen is wat nodig, een menselijke maat te kiezen.

Dat plaatst ons in een enorm dilemma.

Het college schrijft dat er in de jaren na tROM veel gewijzigd is in de organisatie en in de samenleving.  Dat is waar.  Maar het feit dat er sprake is van een lerende organisatie en de organisatiecultuur integraler en minder hiërarchisch is, lijkt me toch te mager. Wij zouden graag van het college horen, hoe dit meer handen en voeten kan krijgen?

Met de uitkomsten van het onderzoek en dit debat, slaan we een zwarte bladzijde om. Maar het boek zal nog lang niet dicht zijn. De onafhankelijke commissie gaat een belangrijke rol spelen in de volgende fase. Wij wensen ze succes en vragen hun om de raad betrokken te houden. En we willen ze ook ook op het hart drukken om hun werk met oprechtheid en integriteit uit te voeren.  Met de focus op de mensen om wie het gaat, niet op de procedures. Zodat het ooit komt tot een afronding.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *