Is het mis met onze kinderen òf met het systeem?

De gemeente Tilburg heeft zonder slag of stoot weer zes miljoen extra opgehoest voor de jeugdzorg. Dat is niet zo gek. Er zijn grote wachtlijsten, de kwaliteit staat hier en daar stevig onder druk en er worden meer en meer kinderen ‘geholpen’. Wat opviel was dat het vrijwel zonder debat ging. Maar waar de toenemende zorgvraag precies vandaan komt? En of het geld wel goed besteed wordt? Het is volstrekt onduidelijk.

Met alleen een roep om meer geld lossen we de toenemende vraag naar zorg niet op. Inmiddels heeft volgens het CBS al 11,2 procent van de kinderen in Tilburg enige vorm van jeugdzorg. Zit er iets in het Tilburgse water? Of slaan we toch een beetje door?

Hebben we de Afrikaanse wijsheid It takes a village to raise a child niet al te snel vertaald naar het vergt een professioneel zorgnetwerk om een kind groot te brengen? Gaan we daarom kinderen in Tilburg-Noord al op de peuterspeelzaal screenen op een hulpvraag?

Ja, dan ben je er op tijd bij; kleine kinderen, kleine problemen. Maar als je met een zorgbril naar kinderen kijkt, heeft dat ook tot gevolg dat kinderen onnodig ‘etiketten’ krijgen en sneller gemedicaliseerd worden. Mijn vader zei altijd al: ‘Als je goed kijkt, dan is er bij iedereen een draadje los’. En dus is de zorgvraag bijna oneindig. En het is maar de vraag of kinderen krijgen wat ze écht nodig hebben. Het toenemende aantal mensen dat professionele hulp nodig heeft om zich enigszins te kunnen handhaven, lijkt daar nog niet op te wijzen.

Coördinatiekosten

Ondertussen laat het jeugdzorgsysteem een dodelijke dans tussen markt en staat zien. Toegang tot de zorg verloopt via de staat; via formele indicatiestellingen en beschikkingen. Met bureaucratie, lange wachttijden en schrikbarend hoge administratieve lasten tot gevolg. Onderzoeksbureau Berenschot becijferde dat zo’n 30 procent van het jeugdhulpbudget opgaat aan deze coördinatiekosten.

De uitvoering van de zorg gebeurt door de markt. Een gemeente als Tilburg doet dan zaken met zo’n 140 (!) contractanten. Onmogelijk te controleren. En zo ontstaan de verhalen over zorgcowboys die een dikke boterham verdienen, grote variatie in de kwaliteit van behandeling, maar ook concurrentie op het schaarse zorgpersoneel. En natuurlijk een run op de relatief eenvoudige zorg. Daar valt nog geld mee te verdienen.

Gezinnen begeven zich als ‘cliënten’ op deze zorgmarkt. Het mag dan ook niet verbazen dat met name mondige ouders goed in staat blijken een beroep op het jeugdzorgbudget te doen.

En de reactie van de overheid op deze ontwikkelingen? Meer bureaucratie en meer controle. De introductie van schakelteams die indicatiestellingen tegen het licht houden. En verantwoording vragen voor al het geld dat uitgegeven wordt. Het liefst tot twee cijfers achter de komma.

Goede zorg is maatwerk. Is dichtbij. Bij voorkeur in een informeel netwerk. Waarin niet alles wat afwijkt van het gemiddelde geproblematiseerd of gelabeld wordt. Waarbij we gebruik maken van krachten binnen families en eigen netwerken. Goed leren lezen of het plannen van activiteiten vragen soms extra zorg. Maar daarmee is het nog geen jeugdzorg. We moeten de zorgen die met opgroeien gepaard gaan weer ‘normaliseren’.

Stressgevende schulden

Soms is professionele hulp nodig. Juist gemeenten kunnen die snel en dichtbij organiseren. Door specialisten de wijk in te sturen, goede afspraken met scholen te maken, ouders met stressgevende schulden sneller te helpen en besloten jeugdzorg te veranderen in hulp aan huis. En ook door meer zeggenschap, vertrouwen en ruimte voor de hulpverleners te organiseren. Dat kan. Maar niet met 140 contractanten.

Er is werk aan de winkel! We kunnen na 5 jaar niet meer spreken van kinderziektes die met de tijd wel overwonnen worden. Ook dit stelsel heeft behoefte aan jeugdzorg. En niet – juist niet! – vanaf de Haagse tekentafel.

Door: Anne-Zouridis-Veldhoven

Ineke Couwenberg en Corrie Vervest

En de Vrijwilligersprijs gaat naar…

7 december 2019 is de dag van de vrijwilliger. CDA Tilburg grijpt deze dag aan om de Vrijwilligersprijs uit te reiken. Deze is uitgereikt aan Corrie Vervest. Corrie heeft meerdere boeken geschreven waarin de rijke geschiedenis van Tilburg is vastgelegd. Belangrijk voor mensen van nu en voor komende generaties. Corrie doet dit belangeloos. Zo heeft ze in 2015 samen met twee mede-redacteuren een boek geschreven over Korvel. Oorspronkelijke een herdgang met arme boeren en textielarbeiders, nu een moderne en multi-culturele wijk. Vorig jaar heeft zij een boek geschreven over Broekhoven, Fatima en Koningshoeven. Een vrijwilliger die als stille kracht achter de schermen, onopvallend heel veel goed werk doet voor de samenleving. Daarnaast is Corrie jarenlang in de wijk Korvel op allerlei terreinen actief geweest met de parochie Korvel als bakermat. Nog steeds zet zij zich op velerlei terreinen actief in.

Met de  uitreiking van de jaarlijkse vrijwilligersprijs wil het CDA Tilburg het belang van vrijwilligers voor de stad te benadrukken.  Deze vrijwilliger staat symbool voor alle inwoners die een bijdrage leveren aan de sociale basis en het verenigingsleven in onze stad. Onze samenleving draait op deze mensen. Daar zijn we zuinig op en daarom willen we vandaar ook alle andere vrijwilligers die een bijdrage leveren aan welk initiatief dank ook hartelijk danken.

1 + 1 = 3

Tijdens de bespreking ‘Startnotitie Cultuurplan 21-24’ heeft de fractie van het CDA een motie ingediend die door een meerderheid in de raad is ondersteund.  De motie vraagt om samenwerking tussen het bedrijfsleven, kunst en cultuur stevig onderdeel te laten uitmaken van het nieuwe Cultuurplan. Een onderwerp waarvoor in de vorige raadsperiode ook Cécile van Berkel zich namens het CDA heeft ingezet.

Veel bedrijven in onze stad leunen op innovatie. Bij de ontwikkeling van producten en diensten is het een continue zoektocht naar vernieuwing, verbetering en aanpassing. Bij kunst denken we aan het vinden van originele invalshoeken en het zien van nieuwe mogelijkheden. Daarom is het interessant om als gemeente in een intermediaire rol de mogelijkheden te faciliteren voor een samenwerking tussen creatieve makers uit de kunst en cultuursector en het bedrijfsleven. Het idee is dat kunst en cultuur en het bedrijfsleven elkaar aanvullen en versterken, en er zo nieuwe energie ontstaat. Energie die zich kan uiten in de vorm van nieuwe ideeën, diensten, producten en visies.

De creatieve makers kunnen op hun beurt ondersteund worden door het bedrijfsleven bij het verkrijgen van subsidies, het opstellen van een businessplan of de introductie in een interessant netwerk. De Tilburgse vertaling van  1 + 1 = 3!

Door: Ton Gimbrère

Loeks van der veen

Nieuwe voorzitter Loeks van der Veen

Sinds kort is Loeks van der Veen opgestaan als nieuwe voorzitter van het bestuur van het CDA Tilburg. Sommigen zullen hem al kennen omdat Loeks al jaren lid is van de partij, maar toch willen we graag iedereen kennis laten maken met de nieuwe kracht binnen het bestuur. Daarom beantwoordde hij een paar van onze meest prangende vragen, te beginnen met een korte introductie.

Kun je jezelf even kort voorstellen; wie is Loeks van der Veen?

Ik ben in 1956 geboren in Cuyk, een klein plaatsje aan de rand van Brabant, aan de Maas. Hier heb ik de eerste achttien jaar van mijn leven met veel plezier gewoond. Tijdens mijn tienerjaren ging ik naar het Dominicus College in Nijmegen, waar ik mijn vrouw Marianne heb leren kennen. Heel wat jaren geleden inmiddels, want we zijn dit jaar 40 jaar getrouwd! Met haar heb ik drie zonen gekregen die we in de Blaak hebben opgevoed. Inmiddels wonen zij en onze vijf kleinkinderen allemaal weer in Tilburg.

Wat heb je gestudeerd?

Ik heb economie gestudeerd in Tilburg, dat was de reden dat ik in 1975 hier kwam wonen. Aan het einde van mijn studie liep ik stage in het Maria Ziekenhuis, waarna ik hier 36 jaar ben blijven hangen. Zo heb ik tijdens die periode twee fusies mede vormgegeven en het zorgaanbod in Tilburg en omgeving sterk zien groeien.

Hoe ben je bij het CDA Tilburg terecht gekomen?

Mijn schoonvader was een fervent KVP-er die de eenwording van het CDA in de jaren zeventig op de voet volgde. Zelf was ik al jong politiek geïnteresseerd en in die zeer dynamische jaren zeventig met Den Uyl en van Agt was mijn interesse in de partij snel gewekt. Toen ik vanuit het vak maatschappijleer een raadsvergadering in Cuyk bijwoonde leverde dat zoveel goodwill op dat ik daarna een groot deel van het jaar voor dit vak kon spijbelen.

Wat motiveerde je om nu voorzitter te worden?

Ik vind het leuk om wat in de stad en voor de stad te doen. Na inmiddels al 40 jaar sluimerend lidmaatschap van de partij kwam dit op mijn pad. Toen ik gevraagd werd zag ik veel uitdagingen om als bestuur op te pakken. Zo heeft het CDA altijd veel bestuurders geleverd aan de stad, maar momenteel is de partij een stuk kleiner. Het lijkt mij een uitdaging om de partij in de goede richting te helpen om meer draagvlak te creëren.

Wat zijn tot nu toe je ervaringen als nieuwe voorzitter?

Mijn voorzitterschap is natuurlijk nog heel vers, ik heb pas een vergadering bijgewoond! Tot voorkort volgde ik het altijd in de krant en kreeg ik hier en daar wat gesprekken mee. In deze korte periode heb ik al met de begroting meegekeken met de fractie, iets wat ik anders natuurlijk nooit zou doen.

Wat doe je in het dagelijks leven naast je taken als voorzitter?

Op dit moment ben ik fulltime bestuurder van een ouderenzorginstelling in Nijmegen, de Waalboog. Daarnaast ben ik voorzitter van het Natuurmuseum Brabant, het 4 mei-comité Tilburg, secretaris van het bestuur van de Grote Club-actie en doe al 25 jaar de ledenadministratie van R.k.s.v. Sarto, de grootste voetbalclub van Tilburg waar mijn 3 zonen voetballen in Sarto 3. Door dit drukke leven komt mijn vrije tijd soms wel enigszins in de knel, maar wanneer de dingen die ik doe niet voelen als werk maar als hobby, vind ik dat niet erg.

Welke drie bijvoeglijk naamwoorden passen nou echt bij jou?

Sociaal, door alle vrijwillige nevenfuncties die ik bekleed. Betrokken, omdat ik de dingen die ik doe, altijd vol overgave doe. Als laatste loyaal, want ik werkte 36 jaar bij dezelfde werkgever en inmiddels 40 jaar lid van het CDA.

Wat weten we nog niet van jou?

Toen mijn jongste zoon afscheid nam van de basisschool (inmiddels flink wat jaren geleden), heb ik samen met een leuke dame het nummer Paradise by the Dashboard Light opgevoerd van Meat Loaf. Inclusief pruik, overhemd en bretels die hem zo iconisch maken.

Zijn er nog andere dingen die je graag met de lezers wilt delen?

Ik vind het belangrijk dat we de nuance weer toelaten in de samenleving. Zoek elkaar op en ga dat gesprek aan. Het is niet allemaal zo zwart-wit zoals dat soms in de maatschappij wordt gepresenteerd. Daarnaast wil ik alvast iedereen een goed kerstfeest en gelukkig nieuwjaar wensen!

Tilburgerschap

Gemeenschapszin, optimisme en geloven dat je in verbinding met de mensen om je heen samen de stad kunt maken. In deze begroting wordt dat ‘Tilburgerschap’ genoemd. Je hoort erbij en doet mee! Het gaat over de kracht van gezinnen, verenigingen, scholen, sportclubs, kerken en zo veel andere organisaties. En daarbij een betrokken stadsbestuur dat ruimte biedt aan initiatieven vanuit de stad en burgers actief betrekt bij de besluitvorming. In deze begroting nodigen we iedereen uit om daaraan deel te nemen. Maar we kunnen zoiets niet over de schutting gooien naar de inwoners van de stad. Het is een opdracht voor ons om mensen daartoe uit te nodigen, soms te verleiden en ze bovenal in staat te stellen een rol te pakken in het maken van deze stad.

De belangrijkste voorwaarde hiervoor is bestaanszekerheid. Alleen als je eigen basis op orde is, kun je beginnen om samen de stad te maken. Het bestaanszekerheid beleid staat in de stijgers. Wij staan achter deze gedurfde keuzes en geloven in een aanpak op maat. Niet waar iemand recht op heeft, maar waar hij mee geholpen is moet centraal staan. En er is in 2020 voldoende geld gereserveerd om dit waar te maken.

Wij maken ons zorgen om de toenemende druk op de “dragende middengroep”. Er zijn zoveel mensen in onze stad die elke dag als een circusartiest alle ballen in de lucht moeten houden. Van een alleenstaande, werkende moeder die voor haar kinderen zorgt en haar ouders ondersteunt, kunnen we niet verwachten dat ze ook nog een initiatief in de wijk oppakt. Van jonge werkende ouders, die beiden een volle werkweek hebben om de kosten van opgroeiende kinderen en hun woonlasten te kunnen betalen evenmin. Ik noem ook de vrijwilligers die zorgen dat sportverenigingen elke week weer draaien, die steeds meer klussen zelf op moeten pakken omdat er te weinig hulp is, en als dank verrot gescholden worden door ouders die vinden dat ze recht hebben op alles omdat ze toch contributie betalen. Mantelzorgers, die naast hun werk en soms eigen gezin de zorg hebben voor iemand die ook van hen afhankelijk is, ervaren een enorme druk.

Deze groepen mensen worden wel benoemd in de begroting, maar we vinden te weinig terug wat we gaan doen om hen te ontlasten. Voor deze groepen zouden wij graag meer willen doen. Wij zullen bij de beoordeling van alle voorstellen die we komend jaar tegemoetzien, deze groep mensen voor ogen houden.  En we roepen het college op dat ook te doen!

We zien dat wethouders hun wijkwethouderschap wisselend invullen. Wij roepen alle wethouders op vier keer per jaar op bezoek gaan in hun wijken. Een gesprek met de wijkraden en aanwezig zijn bij de burgers. Dat werkt twee kanten op. De inwoners zien dat de betrokkenheid er is, maar het feit dat er steeds weer een afspraak is, legt ook extra druk bij de wethouder om voortgang te realiseren.

Waar Tilburgerschap ook tot uiting zou moeten komen is in de openbare ruimte. Wat ons betreft is het een hele goede stimulans om de inwoners meer verantwoordelijkheid te geven voor de openbare ruimte. Wij willen actiever sturen op hun ‘Right to Challenge’ bij bijvoorbeeld groenonderhoud. Er zijn genoeg bewoners met wensen voor verbeteringen in hun omgeving en het samen onderhouden van een speelplek, moestuin of ontmoetingsplek. Dit is ook positief voor de sociale basis, maar toch is dit nog nooit gerealiseerd. Dat vraagt iets van ons. De basishouding bij dit soort initiatieven moet zijn: Hoe kunnen we dit mogelijk maken? We moeten voorkomen dat we uit angst dat er iets misgaat, mooie initiatieven afkappen. Wij vragen de wethouder om zelfbeheer in de openbare ruimte actief te gaan stimuleren.

Het is belangrijk dat we er alles aan doen om de binnenstad zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor bezoekers. We hebben die bezoeker nodig om de stad te blijven die we zijn, maar investeren in de binnenstad kan niet voor elke prijs. In onze beleidsregels is vastgelegd dat we duidelijk in beeld blijven houden wat de kosten voor onze maatschappelijke gebouwen zijn, door juiste huurprijzen door te rekenen. Partners in de stad mogen dan een bijdrage verwachten in de vorm van subsidie. Dat vinden wij een juiste benadering die een eerlijk speelveld garandeert. En dat eerlijke speelveld is noodzakelijk omdat commerciële- en maatschappelijke activiteiten vaak door elkaar heen lopen. Dat is ook nodig voor toekomstige investeringen. Daarom vragen wij de wethouder om de investeringen die gedaan worden in de Nieuwe Vorst en het businessplan wat er moet komen voor de hall of Fame ook op deze manier in te richten.

Onze fractie heeft veel ambities en ideeën voor Tilburg, maar we zien ook onzekerheden in de financiële situatie. Daarom zullen wij in deze begrotingsbehandeling niet met nieuwe initiatieven komen die geld kosten, zonder aan te geven waar we dan mee kunnen stoppen. We roepen andere fracties op dit ook te doen. Om dit goed te kunnen doen is het noodzakelijk om meer inzicht te krijgen in bestaande zaken. Daarom vragen wij de wethouder om een tweetal zaken in de begroting anders te gaan doen.

Ten eerste de administratieve bijstellingen. Dit zijn gigantische verschuivingen waardoor we niet meer kunnen vergelijken met voorgaande en toekomstige jaren. Hierdoor is het onmogelijk om onze controlerende rol juist te vervullen.

Ten tweede willen we zien wat de totale kosten zijn die horen bij een taak of activiteit, niet alleen de voor en nadelen ten opzichte van vorig jaar. Wij vragen de wethouder om daaraan te werken om in de toekomst niet alleen te kunnen zien wat werkt en wat de impact heeft die we nodig hebben in de stad, maar ook wat de complete uitgaven zijn, zodat we de juiste keuzes kunnen maken.

Er gebeurt zoveel moois in onze stad, in het verenigingsleven en in de buurten. We kijken naar elkaar om, helpen anderen door iets op te rapen, de deur open te doen, goedemorgen te zeggen of gewoon spontaan hulp aan te bieden. Daarmee maken we samen onze stad. Iedereen die in deze stad woont en zich inspant om er met zijn medebewoners een thuis van te maken, hoort erbij. De gemeente kan daar een bijdrage aan leveren, door ondersteunend op te treden, door duidelijk te maken wat niet wordt geaccepteerd, wat burgers zelf kunnen regelen en wat ze van de gemeente mogen verwachten, dat zien we in deze begroting. Dat is Tilburgschap waar we trots op zijn.

Door: Ineke Couwenberg

Twee CDA Tilburg raadsleden eindigen in top 5 Tilburgse Politicus van het jaar

In november 2019 is voor de vierde keer de Tilburgse verkiezing voor de Politicus van het Jaar georganiseerd. Deze verkiezing werd georganiseerd door Omroep Tilburg, Tilburgers.nl en Tilburgse Koerier, met ondersteuning van Omroep Brabant. Tijdens deze verkiezingen kwam de Tilburgse CDA fractie alles behalve slecht uit de verf. Zo is Raadslid Marti de Brouwer als tweede geëindigd en nam onze Ton Gimbrère de vierde plek in op de lijst van Tilburgse politicus van het jaar. Dat twee raadsleden van het CDA Tilburg in de top vijf staan is natuurlijk een kers op de taart van al het harde werk van de fractie.

Zo zei Ton Gimbrère: “Als je na nestor Hans Smolders, publiekslieveling Marti de Brouwer en de toegewijde Esmah Lahlah op een 4e plaats eindigt, dan ben ik enorm trots op deze prachtige klassering bij de verkiezing van Tilburgs Politicus van het jaar.”

Raadslid Marti de Brouwer is het enige raadslid in Tilburg wat alle vier de keren op het podium heeft gestaan. Na in 2016 de eerste plek te hebben veroverd, is hij al drie jaar op rij geëindigd op de tweede plek. “Sommige mensen noemen me inmiddels Joop Zoetemelk,” zei hij grappend.

Wij zijn alleen maar trots dat ook de inwoners van de stad zien wat voor toppers onze fractieleden zijn!

 

De Tilburgse ouderen

Een van de belangrijkste punten in ons verkiezingsprogramma was het ouderenbeleid. Na lange coalitieonderhandelingen kreeg dit niet zonder slag of stoot een plaats in het bestuursakkoord. Maar ouderen zijn geen uniforme doelgroep. Voor een deel zijn het juist de Tilburgers die met hun vrijwillige inzet onze samenleving dragen. Of juist de groep die qua leeftijd zou horen bij het ouderenbeleid, maar met de ogen van een vijftiger naar het leven kijkt. Preventief beleid, zoals die nu is opgenomen in het bestuursakkoord, kan er voor zorgen dat zij niet in de situatie komen waarin we nu een deel van de ouderen in onze stad aantreffen. Eenzaam, met het gevoel dat ze er niet meer bij horen. Dat willen we voorkomen, en daar gaan we wat aan doen.

Deze verschillen onder ouderen maken dat het lastig is om compleet en concreet te zijn in dit beleid. Dat kan niet en dat hoeft ook niet. Deze integrale kijk op ouderen geeft richting. Het is noodzakelijk om voldoende oog te hebben voor deze groep in onze stad. Dit beleid vast stellen helpt ons om op alle andere beleidsgebieden, zoals wonen, fysieke leefomgeving, veiligheid en communicatie… Maar vooral meer aandacht te hebben voor de problematiek van ouderen in hun wijk.

Wij ondersteunen de door de wethouder gekozen lijn om te investeren in preventieve huisbezoeken. Hierbij is het belangrijk om dat niet simpelweg aan leeftijd te koppelen, maar vooral aan iemands levensfase. Juist omdat we hiermee de groep die we niet zien maar wel onze hulp nodig heeft in beeld krijgen. Ook omdat wij denken dat het de beste manier is om een preventieve aanpak in te kunnen zetten.

Het CDA staat voor een gespreide verantwoordelijkheid. Zo levert iedere inwoner een unieke bijdrage aan de stad. De rol van ons als gemeente is om mensen vertrouwen te geven dat ze goed zijn in wat ze doen. Wanneer we de huisbezoeken organiseren, moeten we dus beginnen bij wat er al is. Niet bedenken vanuit het gemeentehuis of contour de Twern hoe het zou moeten. Laat dat dicht bij de mensen zelf!

Wij geloven in een aanpak binnenin de wijk. Alleen als we aansluiten bij wat er gebeurt in een wijk, kunnen we de energie die er is in beweging krijgen. Dan maken we stappen vooruit.

Het wekelijkse Vragenuurtje tijdens de Gemeenteraad

Iedere maandag om 18:00 uur staat het Vragenuurtje op de agenda van de Gemeenteraad. Het Vragenuurtje is bedoeld om als raadslid snel van het College een uitspraak te krijgen over onderwerpen die op dat moment in de actualiteiten spelen. Juist doordat de onderwerpen die hier aanbod komen zo actueel zijn, denk ik dat dit de lokale politiek voor veel inwoners een stuk tastbaarder maakt. Iets dat wordt bevestigd als ik zie hoeveel mensen er online meekijken tijdens het Vragenuurtje.  

Als fractie willen we ‘Altijd in de Buurt’ zijn. Uit die contacten met inwoners komen onderwerpen naar voren die we voorleggen aan het College tijdens dit Vragenuurtje. We zetten onze tanden in allerlei onderwerpen, pakken problemen aan en stellen er vragen over. In sommige gevallen leidt dat tot een publicatie in de krant, zodat we onze rol als actieve CDA-fractie ook aan de stad kunnen tonen. Het mes snijdt dan aan twee kanten! Onderwerpen die recentelijk door ons onder de aandacht zijn gebracht tijdens het Vragenuurtje: veiligheid in de nieuwe wijk Willemsbuiten, de kwaliteit van het zwemwater in de Piushaven, misstanden bij taxichauffeurs, veiligheid van huifkarren op de openbare weg, gebruik van NL-Alert en het toenemend aantal fietsers in de winkelstraten, zoals de Heuvelstraat.

Heb je voor ons een tip: bel of App de Groene CDA-telefoon via 06 – 34 85 77 16 of een van de fractieleden.

Wil je ook eens meekijken tijdens het Vragenuurtje? Dat kan iedere maandagavond om 18.00 uur via: https://www.raadtilburg.nl/

Debat: bestaanszekerheid deel 2

Geen kind in Nederland hoeft op straat te slapen vanwege geldgebrek. En je kan gewoon naar school en naar de dokter. Toch is er kinderarmoede in Nederland. En dat probleem is behoorlijk groot. Volgens het CBS gaat het om 1 op de 9 kinderen en in Tilburg hoor ik zelfs nog hogere aantallen.  Kinderen die maar een maaltijd per dag krijgen, geen warme winterjas hebben en op hun verjaardag niet kunnen trakteren. Kinderen die elke dag geconfronteerd worden met geldgebrek van hun ouders en alle stress die daar bij komt kijken.

Maandag 21 oktober werd het visiedocument van Bestaanszekerheid behandeld. Veel moties werden ingediend, waaronder de motie van het CDA over de Klijnsma-gelden. De Klijnsma-gelden is budget wat van de overheid aan de gemeente is toegekend om kinderen in armoede extra te kunnen ondersteunen. Omdat kinderen niet de dupe mogen zijn van armoede van hun ouders en omdat armoede niet van generatie op generatie doorgeven moet worden. Het bedrag dat wij hiervoor extra voor krijgen is geen willekeurig bedrag, maar berekend op basis van het aantal kinderen dat in Tilburg in armoede opgroeit.

Onze oproep aan het college was:

  • Het bedrag van € 850.000 het komende jaar te reserveren als extra geld voor kinderen die in armoede leven.
  • Om per kwartaal aan de raad een globale terugkoppeling van de uitgaven te geven.

Het enige dat het CDA met deze motie vraagt is om dit geld dat voor hen bedoeld is, ook aan hen boven op de bestaande middelen uit te geven. Op de motie werden geen vragen gesteld en hij is dan ook door wethouder Lahlah overgenomen.

Het CDA vind dat er werk gemaakt moet worden om armoede in Tilburg te verminderen en ziet met Bestaanszekerheid hier een kans. We zullen het kritisch volgen en daar waar we zien dat het niet werkt of Tilburgers de dupe worden van dit beleid ingrijpen. Zo hebben we op maandag in het VragenHalfUurtje vragen gesteld over de te verwachten tekorten op de Bijstand en wat de consequenties hiervan zijn op het perspectief van deze groep.

Door: Marti de Brouwer

75 jaar gemeenteraad

Tilburg viert, herdenkt, maakt muziek en vertelt verhalen in de komende maanden over 75 jaar bevrijding en vrijheid. Een uitnodigend en tot nadenken stemmend programma voor jong en oud, met als doel de impact van de oorlog over te brengen.

Als gemeenteraad geven wij aan deze viering een eigen invulling: met respect voor het verleden, aandacht voor het heden en dromen over de toekomst. Want de democratie is kwetsbaar. In Tilburg is op 5 november 1945 de rechtstaat hersteld door het benoemen van de gemeenteraad. En nu, 75 jaar later, vormen wij de gemeenteraad die dagelijks en in alle vrijheid de stad mag vertegenwoordigen.  Een feit om bij stil te staan en te vieren.

Het onderwerp 75 jaar gemeenteraad in Tilburg, in samenhang met de bevrijding, geeft een natuurlijke en mooie aanleiding om met name jongeren van 12 tot 18 jaar dit verhaal nu te vertellen. Over vrijheid, democratie en durven zijn wie je bent. Thema’s die 75 jaar later nog steeds hoogst actueel zijn en we moeten koesteren. Vooral bij de jongere generatie loert het gevaar dat vrijheid en democratie als een vanzelfsprekendheid wordt ervaren. Dat is het niet en dat kunnen we niet vaak genoeg benadrukken.

Het initiatiefvoorstel is ook een eerbetoon aan burgemeester, wethouders en raadsleden uit de oorlogsjaren, die een bijdrage hebben geleverd aan de bevrijding en zelf dierbaren hebben verloren. Mensen zoals burgemeester van de Mortel, die op 5 november 1945 de lokale democratie in Tilburg herstelt door de eerste vergadering te openen.

Het gezin van de Mortel is tijdens de oorlog zwaar getroffen. Zoon Joost is verzetsstrijder, helpt geallieerde piloten en verzorgt onderduikers. Hij raakt  betrokken bij de verspreiding van het verzetsblad Trouw en wordt gearresteerd. Hij gaat naar Kamp Vught en krijgt de doodstraf. In december 1944 krijgt de dochter van de burgemeester en paardrij-ongeluk en overlijdt. De gefusilleerde Trouw-verspreiders worden op 9 augustus 1946, twee jaar na dato, op de plek des onheils herdacht. Burgemeester Van de Mortel, de vader van Joost, is een van de sprekers.

Ik citeer: “Wij kunnen hen niet beter eren dan door met een opgeheven hoofd, opgewekt verder te gaan en onze taak te vervullen.”

We kunnen zijn woorden zien als een oproep aan de gemeenteraad. Woorden die 75 jaar later nog hoogst betekenisvol zijn. Vanuit het CDA willen we iedereen bedanken die het initiatiefvoorstel heeft gesteund met advies en aanvullingen.

Door: Ton Gimbrère